Voordat tablets, smartphones en gameconsoles het dagelijkse leven overnamen, speelden kinderen vooral buiten. Op straat, op het schoolplein of gewoon in de woonkamer ontstonden spontaan de leukste spelletjes. Vaak waren er nauwelijks spullen nodig, alleen een beetje fantasie en een paar vriendjes of vriendinnetjes.
Veel van deze spelletjes werden generatie op generatie doorgegeven. Iedereen kende ze, al had bijna elke buurt zijn eigen regels of variaties. Discussies over “dat telt niet!” of “je bewoog!” hoorden er net zo goed bij als het spel zelf.
Dit zijn 15 nostalgische spelletjes die vroeger overal werden gespeeld. De kans is groot dat je er meer dan een herkent.
Tikkertje
Tikkertje was misschien wel het simpelste spel dat er bestaat, maar tegelijkertijd ook een van de fanatiekste. Eén speler was “m” en moest proberen iemand anders te tikken. Zodra dat lukte, werd die persoon de nieuwe tikker.
Er ontstonden allerlei varianten. Bij bevries-tikkertje moest je stokstijf blijven staan tot iemand je bevrijdde. En bij schaduw-tikkertje telde zelfs je schaduw. Hoe meer kinderen meededen, hoe chaotischer en leuker het werd.
Verstoppertje
Verstoppertje zorgde altijd voor spanning. Eén speler stond bij een muur of boom en telde hardop terwijl de rest zo snel mogelijk een goede schuilplek zocht.
Soms waren de verstopplekken briljant, soms totaal onlogisch. Het mooiste moment was wanneer je als laatste nog niet gevonden was. En soms duurde het zo lang dat iemand gewoon naar huis was gegaan zonder dat iemand het doorhad.
Knikkeren
Op veel schoolpleinen ontstonden echte knikkercompetities. Met een klein putje, een cirkel of een lijn werden regels bedacht waar iedereen zich aan moest houden.
Sommige knikkers hadden bijna een legendarische status. Bonken, kattenogen of glazen knikkers met speciale kleuren werden gekoesterd. Het verliezen van zo’n knikker kon soms een klein drama zijn.
Elastieken
Elastieken was vooral populair op het schoolplein. Twee spelers stonden tegenover elkaar met een lang elastiek om hun benen, terwijl een derde speler sprong en patronen uitvoerde.
Het spel werd steeds moeilijker. Eerst sprong je op enkelhoogte, daarna knieën, heupen en soms zelfs taille. Eén foutje en je beurt was voorbij.
Hinkelen
Met stoepkrijt werd een hinkelbaan op de stoep getekend. Daarna begon het spel waarbij je op één been van vakje naar vakje sprong.
In één van de vakjes lag een steentje dat je moest oppakken zonder je evenwicht te verliezen. Dat leek eenvoudig, maar werd verrassend lastig naarmate het spel verder ging.
Touwtjespringen
Een simpel springtouw kon uren speelplezier opleveren. Je kon alleen springen, maar met twee mensen die het touw draaiden werd het pas echt leuk.
Vaak werden er liedjes of rijmpjes gezongen terwijl iemand sprong. Hoe langer je volhield zonder het touw te raken, hoe groter het applaus van de rest.
Annemaria Koekoek
Bij Annemaria Koekoek stond één speler met de rug naar de groep. Terwijl iedereen langzaam dichterbij probeerde te komen, riep diegene “Annemaria koekoek!” en draaide zich plotseling om.
Iedereen moest dan onmiddellijk stil blijven staan. Wie nog bewoog, moest terug naar de start. Het spel draaide volledig om timing en stalen zenuwen.
Zakdoekje leggen
Bij dit spel zat iedereen in een kring op de grond. Eén speler liep rond met een zakdoek in de hand en probeerde deze ongemerkt achter iemand neer te leggen.
Zodra je merkte dat de zakdoek achter je lag, moest je zo snel mogelijk opstaan en de ander proberen te tikken voordat hij of zij jouw plek innam. Dat moment zorgde altijd voor paniek en gelach.
Stand in de mand
Stand in de mand werd gespeeld met een bal en een groep kinderen. Eén speler gooide de bal omhoog en riep een naam van iemand anders.
Die persoon moest de bal zo snel mogelijk pakken terwijl de rest weg rende. Zodra de bal werd gevangen, moest iedereen stil blijven staan en kon er worden afgegooid.
Bokspringen
Bokspringen was een spel dat vooral draaide om durf en behendigheid. Eén speler stond gebukt terwijl de anderen eroverheen sprongen.
Elke ronde werd moeilijker. Soms moest je zonder handen springen, draaien in de lucht of klappen tijdens de sprong. Het spel ging door tot iemand het niet meer haalde.
Blikgooien
Met een paar lege blikken en een bal kon je al een heel spel spelen. De blikken werden opgestapeld en iemand probeerde ze met een worp om te gooien.
Daarna begon het echte spel: zo snel mogelijk de toren weer opbouwen terwijl de tegenstander probeerde je af te gooien. Het zorgde vaak voor chaos en fanatiek rennen.
Tollen
Een tol en een touwtje waren genoeg voor een middag plezier. Het touw werd strak om de tol gewikkeld waarna je deze met een snelle beweging op de grond gooide.
Wie zijn tol het langst kon laten draaien of er trucjes mee kon doen, had de meeste bewondering van de rest.
Stoepkrijt-spelletjes
Stoepkrijt maakte van elke stoep een speelveld. Kinderen tekenden hinkelbanen, doolhoven of zelfs complete spelregels op de grond.
Het mooie was dat er geen vaste regels waren. Iedereen kon nieuwe spelletjes bedenken en aanpassen. Alleen een flinke regenbui kon alles weer wegvegen.
Kaarten ruilen
Verzamelkaarten waren voor veel kinderen een serieuze zaak. Op het schoolplein werd druk geruild, gewonnen en soms ook verloren.
Sommige kaarten waren zeldzaam en daardoor extra waardevol. Het moment dat iemand jouw favoriete kaart wilde ruilen zorgde altijd voor grote twijfels.
De vloer is lava
Dit spel kon overal ontstaan, zelfs midden in de woonkamer. Plotseling werd de grond “lava” en mocht je de vloer niet meer aanraken.
Stoelen, banken en tafels veranderden in veilige plekken. Met een beetje fantasie veranderde een gewone kamer in een gevaarlijk lava-landschap.
Veel van deze spelletjes lijken misschien simpel, maar ze brachten uren plezier en beweging. Met weinig middelen ontstond er altijd wel een nieuw spel of een nieuwe uitdaging.
Welke van deze spelletjes heb jij vroeger gespeeld? En welke nostalgische spelletjes ontbreken volgens jou nog in dit lijstje? Laat het weten en praat mee op Facebook. Misschien komen er nog wel veel meer herinneringen boven.