Onderzoeker Jan van de Beek maakt de berekening:

De bewering dat een asielmigrant Nederland “levenslang €800.000 tot €1,3 miljoen” zou kosten, gaat momenteel hard rond. Dat vraagt om nuance, context en een paar scherpe kanttekeningen, want het cijfer klinkt stelliger dan het in werkelijkheid is.

Waar komt dat bedrag vandaan

Het genoemde bedrag is afkomstig uit werk van Jan van de Beek, die zijn bevindingen recent toelichtte in de Onze Eeuw. Van de Beek baseert zich op levensloopanalyses met microdata van Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarin worden belastingen, toeslagen, uitkeringen, zorg en onderwijs over een hele levensduur tegen elkaar afgezet.

Belangrijk detail: het gaat om gemiddelden over groepen en om modellen met aannames over arbeidsparticipatie, gezinsvorming en verblijfsduur. Het is geen vast prijskaartje per persoon.

Wat wordt precies meegerekend

In de berekening zitten:

  • uitgaven aan sociale zekerheid, zorg en onderwijs
  • ontvangen toeslagen
  • betaalde belastingen en premies

Wanneer Van de Beek nareizigers meerekent en het bedrag herleidt tot één erkend asielverzoek, komt hij hoger uit. Dat verklaart het verschil tussen €800.000 en €1,3 miljoen. Die stap is verdedigbaar, maar ook discutabel, omdat gezinsvorming en arbeidsparticipatie sterk verschillen per huishouden en generatie.

De zwakke plek in het debat

Hier wringt het. Tegenstanders presenteren het bedrag vaak als vaststaand feit, terwijl voorstanders het wegzetten als “onzin”. Beide doen de werkelijkheid tekort.

  • De cijfers zeggen iets over historische groepen, niet automatisch over toekomstige instroom.
  • Arbeidsparticipatie verandert in de tijd, mede door beleid, opleiding en conjunctuur.
  • De tweede generatie presteert aantoonbaar anders dan de eerste. Dat effect is lastig exact te modelleren.

Wie het bedrag gebruikt zonder deze kanttekeningen, bedrijft framing.

Vergelijking met andere migratie

Van de Beek zelf maakt onderscheid tussen asielmigratie en arbeidsmigratie uit landen als Scandinavië, Japan of Noord-Amerika. Die vergelijking klopt op hoofdlijnen. Hoogopgeleide arbeidsmigranten leveren gemiddeld meer belastingopbrengst op dan zij kosten. Asielmigratie kent vaker een lagere startpositie op de arbeidsmarkt. Dat verschil benoemen is legitiem, maar het is geen moreel oordeel en ook geen voorspelling per individu.

Huisvesting en praktijk

Parallel aan het financiële debat speelt de woningnood. Volgens een rondgang van De Telegraaf staan in meerdere gemeenten grote statushoudersgezinnen op wachtlijsten voor sociale huur. Oplossingen variëren van het samenvoegen van woningen tot tijdelijke bouwprojecten.

Dat veroorzaakt begrijpelijke wrevel bij woningzoekenden die al jaren wachten. De uitspraak van Wierd Duk dat dit als onrechtvaardig voelt, raakt aan dat sentiment. Tegelijk hebben gemeenten een wettelijke taak om statushouders te huisvesten. Dat spanningsveld verdwijnt niet door het te negeren.

Wat er vaak ontbreekt

Het debat focust sterk op kosten, maar nauwelijks op beleidskeuzes die die kosten beïnvloeden:

  • snelheid van taalverwerving
  • erkenning van diploma’s
  • regionale spreiding van huisvesting
  • prikkels richting werk

Daar valt winst te boeken, ongeacht waar iemand politiek staat.

Conclusie

Het bedrag van €800.000 tot €1,3 miljoen is geen verzinsel, maar ook geen onwrikbare waarheid. Het is een modeluitkomst met aannames, bruikbaar voor beleidsevaluatie, maar ongeschikt als absolute maatstaf in een moreel of emotioneel debat. Wie het serieus wil voeren, moet zowel de cijfers als hun beperkingen onder ogen zien.

Wat weegt zwaarder in dit dossier: de financiële rekensom, de humanitaire plicht, of het falende woonbeleid dat alles op scherp zet? Die vraag verdient meer dan een viraal bedrag. Praat mee en deel je visie.

Bron: wnl.tv