De ontlading was enorm toen Femke Kok over de finish kwam op de 500 meter in Milaan. Nederland had er een olympisch kampioen bij. Toch ging het gesprek na de race niet alleen over haar indrukwekkende rit, maar ook over iets anders: het prijzengeld. Want hoe kan het dat een gouden medaille minder oplevert dan een eerdere zilveren plak?
Wat voor veel mensen voelt als een simpele beloning voor topprestaties, blijkt in werkelijkheid gebonden aan duidelijke regels. De bonusregeling van NOC*NSF zorgt ervoor dat niet elke medaille automatisch hetzelfde financiële effect heeft. En juist bij meerdere podiumplekken binnen één toernooi ontstaat er een opvallend verschil.
Olympisch goud op de 500 meter
Femke Kok nam in Milaan sportieve revanche op Jutta Leerdam. Nadat zij eerder zilver had veroverd op de 1000 meter achter haar landgenote, draaide zij de rollen om op de kortste sprintafstand. Met een sterke start en een loepzuivere race snelde zij naar olympisch goud.
Voor Nederland betekende dat opnieuw een historisch moment op het ijs. Kok bevestigde haar status als sprintkoningin en zette een kroon op haar toernooi. Sportief gezien was dit de ultieme beloning voor jarenlange training, discipline en focus.

De bonusregeling van NOC*NSF
De financiële kant van het verhaal wordt bepaald door de regels van NOC*NSF. Deze organisatie keert bij de Olympische Spelen vaste bruto bedragen uit aan medaillewinnaars. Voor individueel goud ligt dat bedrag op 30.000 euro.
Zilver levert 22.500 euro op en brons 15.000 euro. Dat lijkt overzichtelijk, maar er zit een belangrijke beperking in de regeling. Het maximale bedrag dat een sporter per editie van de Spelen kan ontvangen, bedraagt 30.000 euro. Het plafond geldt dus per atleet, niet per medaille.
Het verschil tussen Kok en Leerdam
Jutta Leerdam won haar gouden medaille op de 1000 meter op een moment dat zij nog geen andere individuele plak had behaald. Daardoor had zij recht op het volledige bedrag van 30.000 euro. Financieel gezien pakte haar overwinning dus maximaal uit.
Femke Kok bevond zich in een andere situatie. Zij had op dat moment al 22.500 euro ontvangen voor haar zilveren medaille op de 1000 meter. Toen zij daarna goud won op de 500 meter, was het grootste deel van haar maximale bonus al benut.
Waarom goud minder oplevert dan zilver
Normaal gesproken zou een gouden medaille 30.000 euro opleveren. Door het vastgestelde plafond van 30.000 euro per sporter bleef er voor Kok nog slechts 7.500 euro over. Dat is het verschil tussen de eerder ontvangen 22.500 euro en het maximale bedrag.
Concreet betekent dit dat haar olympische titel financieel minder oplevert dan haar zilveren medaille eerder in het toernooi. Sportief gezien is goud natuurlijk de hoogste eer, maar de bonusregeling zorgt voor een opvallende uitkomst.
Laatste keer met medaillebonussen
De Winterspelen in Milaan zijn bovendien de laatste editie waarbij Nederlandse olympiërs een directe medaillebonus ontvangen. NOC*NSF heeft aangekondigd dat het beschikbare budget vanaf 2026 anders wordt ingezet.
In plaats van individuele bonussen gaat het geld naar talentontwikkeling, begeleiding en ondersteuning van topsporters. De gedachte daarachter is dat investeren in de basis meer oplevert voor de toekomst van de Nederlandse sport dan een eenmalige uitkering per medaille.
Bruto bedragen en belasting
Het is belangrijk om te benadrukken dat de genoemde bedragen bruto zijn. Over het prijzengeld moet inkomstenbelasting worden betaald. Afhankelijk van het totale jaarinkomen kan het uiteindelijke nettobedrag flink lager uitvallen.
Voor topsporters spelen daarnaast sponsorcontracten en commerciële samenwerkingen een grote rol in hun totale inkomen. Een olympische titel verhoogt de marktwaarde vaak aanzienlijk, wat op lange termijn financieel meer kan betekenen dan het directe prijzengeld.
Sportieve glorie versus financiële realiteit
De situatie rond Femke Kok laat zien dat sportieve glorie en financiële beloning niet altijd één op één samenlopen. Een tweede medaille binnen één toernooi levert door het plafond minder op, zelfs wanneer het om goud gaat.
Tegelijkertijd staat buiten kijf dat de waarde van een olympische titel veel verder reikt dan euro’s. De erkenning, de geschiedenisboeken en de impact op haar carrière zijn niet in geld uit te drukken. Een gouden medaille blijft een gouden medaille.
Femke Kok mag zich olympisch kampioen noemen, en dat is een titel die voor altijd blijft staan. Het financiële verschil met Jutta Leerdam verandert niets aan haar prestatie op het ijs. De discussie over de bonusregeling laat wel zien hoe regels onverwachte effecten kunnen hebben. Wat vind jij van deze aanpak? Is een maximum per sporter logisch, of zou elke medaille apart beloond moeten worden? Praat mee en deel je mening op Facebook.