Die lettertjes op je telefoon: waarom staan ze er eigenlijk nog?

Je ziet ze elke dag, en toch sta je er waarschijnlijk nooit bij stil. Onder de cijfers van je belscherm staan kleine lettertjes: ABC bij de 2, DEF bij de 3, en zo door tot WXYZ bij de 9. Bijna niemand gebruikt ze nog, en toch zijn ze er nog steeds. Waarom eigenlijk?

Het korte antwoord: je kijkt naar een stukje techniekgeschiedenis van bijna een eeuw oud. De letters zijn een overblijfsel uit een tijd waarin telefoonnummers nog begonnen met een naam in plaats van met cijfers.

Toen je nog een telefonist nodig had

In de begintijd van de telefoon werden gesprekken handmatig doorverbonden. Je nam de hoorn op, kreeg een telefonist aan de lijn en vroeg om een naam of een nummer. Die persoon schakelde je vervolgens door via een schakelbord vol stekkers. Persoonlijk, maar onhoudbaar zodra een hele stad een toestel wilde.

Vanaf de jaren tien en twintig van de vorige eeuw begonnen telefoonbedrijven daarom hun netwerken te automatiseren. Draaischijven en mechanische schakelaars namen het werk van de telefonist over. In die overgang kreeg elke centrale een eigen, herkenbare naam, vaak die van de wijk of buurt waarin hij stond.

Een naam onthoud je makkelijker dan cijfers

De Amerikaanse telefoonbedrijven introduceerden in de jaren twintig een systeem waarbij elk nummer begon met twee letters: de eerste letters van de centralenaam. Die letters stonden ook op de draaischijf, gekoppeld aan een cijfer. Wie de naam onthield, kon zo het nummer draaien.

Het bekendste voorbeeld komt uit New York. Een nummer als MUrray Hill 5-9975 was technisch gezien gewoon 685-9975. De MU stond namelijk voor de 6 en de 8 op de draaischijf. De rest van het woord ‘Murray Hill’ was er vooral voor de herinnering, niet voor de techniek.

Het idee erachter was praktisch. Een naam met betekenis blijft beter hangen dan een willekeurige reeks cijfers. Daarom kreeg vrijwel elke centrale zo’n korte, klinkende naam, van PEnnsylvania tot KLondike.

Waarom op de 1 nooit letters staan

Misschien is het je ooit opgevallen: bij de 1 en de 0 staan geen letters. Daar zit een technische reden achter. In de vroege automatische netwerken werd de 1 gebruikt voor signalen binnen het systeem zelf, bijvoorbeeld om een speciale lijn of functie aan te roepen.

Zouden er letters aan de 1 hangen, dan kon een centralenaam per ongeluk beginnen met datzelfde cijfer en de schakeling in de war sturen. De oplossing was simpel: de 1 bleef letterloos. Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven.

Ook de Q en de Z ontbraken lange tijd op de toetsen. Ze waren minder bruikbaar voor het bedenken van herkenbare namen, en kregen daarom geen plek. Pas met de komst van moderne mobiele telefoons werden ze toegevoegd, zodat je elk woord kon typen.

safe_image 289

Hoe het systeem verdween

In de loop van de jaren zestig liep het lettersysteem tegen zijn grenzen aan. Er waren steeds meer telefoonnummers nodig, en internationaal bellen werd gewoner. Andere landen hadden andere lettercombinaties, andere alfabetten, of helemaal geen letters op hun toestellen. Wat ooit handig was, werd een rompslomp.

De telefoonbedrijven stapten daarom over op nummers zonder namen ervoor. De letters op het toestel waren in principe overbodig geworden. Toch verdwenen ze niet. Fabrikanten lieten ze gewoon staan, omdat ze inmiddels zo vertrouwd waren dat het vreemd zou voelen ze weg te halen.

Een tweede leven dankzij sms

Het grappige is dat die overbodige letters tientallen jaren later weer keihard nuttig werden. Toen de eerste mobiele telefoons populair werden, hadden ze nog geen volledig toetsenbord. Hoe tik je dan een berichtje? Juist: via die oude lettertjes op de cijfertoetsen.

Drie keer drukken op de 2 voor een C, twee keer op de 7 voor een Q. Een hele generatie leerde razendsnel sms’en met duimen die over de cijferknopjes vlogen. Een relikwie uit het tijdperk van de draaischijf werd zo de basis van het mobiele tijdperk.

Bedrijven gingen er zelfs mee adverteren. Nummers als 1-800-FLOWERS of 0900-PIZZA waren makkelijker te onthouden dan de bijbehorende cijfers. Ook dat trucje leunt nog altijd op het systeem uit de jaren twintig.

Een eeuw geschiedenis in je broekzak

Vandaag de dag hebben smartphones een volledig toetsenbord op het scherm en gebruiken we de cijfertoetsen vooral nog om te bellen of een pincode in te tikken. De letters zijn voor de meesten van ons puur decoratief geworden. En toch staan ze er nog. Strak in het gelid, generatie na generatie.

Het is een klein, hardnekkig spoor van bijna een eeuw telefoongeschiedenis, dat zonder dat we het doorhebben elke dag in onze broekzak meegaat. De volgende keer dat je je belscherm opent, weet je waar die ABC vandaan komt. En waarom de 1 zo eenzaam blijft.

Bron: x.com

Ook geschreven door: Wikipedia, Mental Floss, History Facts