Voor het eerst sinds de zomer van 2024 verliest Rusland per saldo meer grondgebied dan het verovert in Oekraïne. Dat blijkt uit recente analyses van het Amerikaanse Institute for the Study of War (ISW) over april en mei 2026. Een kentering, maar zeker geen doorbraak.
De cijfers ogen op het eerste gezicht klein, maar de trend is opvallend. Na maandenlange Russische opmars lijkt het tempo flink terug te zakken. Tegelijk waarschuwen analisten voor te veel optimisme: dit is geen einde van de oorlog, het is een verschuiving van het momentum.
Wat zeggen de cijfers precies?
Volgens ISW boekte Rusland in april 2026 een netto-verlies van ongeveer 116 vierkante kilometer. Dat was de eerste keer sinds augustus 2024 dat de balans negatief uitviel. In mei nam dat verlies verder toe tot zo’n 281 vierkante kilometer aan gecontroleerd gebied.
Ter vergelijking: dat is grofweg de oppervlakte van Amsterdam. Geen bevrijding van een hele provincie dus, maar wel een opvallend signaal in een oorlog die al jaren in centimeters wordt gemeten.
Belangrijk is dat ISW spreekt over gecontroleerd gebied, exclusief de zogeheten grijze zones. Een deel van het ‘verloren’ terrein verandert dus niet automatisch in Oekraïens gecontroleerd land, maar in niemandsland.
De grijze zone: niemandsland aan het front
Het moderne oostfront in Oekraïne lijkt steeds minder op een klassieke loopgravenoorlog en steeds meer op een uitgestrekte tussenzone. Dorpen liggen verlaten, wegen zijn levensgevaarlijk, en bewegen overdag is voor beide kanten vragen om problemen.
In die grijze zones bepalen drones en artillerie wie er voet aan de grond kan zetten. Kleine infiltratiegroepen wisselen elkaar af, soms wordt een dorp ’s nachts heroverd om ’s ochtends weer prijsgegeven te worden. Echte controle is er amper.
ISW benadrukt dan ook dat een deel van de gewijzigde kaart te maken heeft met het herclassificeren van eerdere Russische infiltratiegebieden. Niet alles wat ‘verloren’ is voor Rusland, is daarmee veroverd door Oekraïne.
Drones als stille game changer
De grootste verandering ten opzichte van vorig jaar zit volgens analisten in de Oekraïense drone-inzet. Middellangeafstandsdrones richten zich systematisch op brandstofdepots, commandoposten en aanvoerlijnen ver achter de frontlinie.
Het effect is dat Russische logistiek onder constante druk staat. Vrachtwagens met munitie, brandstof en voedsel worden soms al honderden kilometers van het front bestookt. Dat maakt het bevoorraden van oprukkende eenheden duurder, langzamer en risicovoller.
Westerse waarnemers spreken inmiddels van een slijtageslag waarin techniek minstens zo zwaar weegt als mankracht. Niet de grote tankcolonnes domineren, maar onbemande systemen die dag en nacht boven het slagveld hangen.
Hoge verliezen, krappe rekrutering
Volgens Oekraïense schattingen liep Rusland in mei opnieuw tegen forse personele verliezen aan, in de orde van tienduizenden doden en gewonden. Die cijfers zijn lastig onafhankelijk te verifiëren, maar passen wel bij de bredere trend die ook internationale media en denktanks rapporteren.
Tegelijk wordt het voor het Kremlin moeilijker om ervaren troepen te vervangen. Rekrutering loopt, maar de kwaliteit van nieuwe eenheden ligt vaak lager. Dat verklaart deels waarom grote doorbraken uitblijven, ondanks aanhoudende aanvalsgolven.
Op sommige plekken, zoals richting Sumy en Pokrovsk, blijft Rusland wel lokaal terrein winnen. Het beeld is dus niet eenduidig: het tempo zakt, maar de druk verdwijnt zeker niet.
Geen doorbraak, wel een kantelmoment
Sommige Oekraïense kanalen brengen het nieuws met termen als ‘hoopvol einde’ of ‘keerpunt’. Dat is journalistiek begrijpelijk, maar inhoudelijk te optimistisch. Wat ISW beschrijft is vooral een vertraging van de Russische opmars, geen instorting van het Russische leger.
Het momentum lijkt te verschuiven naar meer evenwicht aan het front. Rusland houdt numeriek overwicht, beschikt over enorme voorraden artilleriegranaten en blijft offensief opereren. Een militaire ineenstorting is op korte termijn niet in zicht.
Voor Oekraïne is de winst vooral strategisch: tijd kopen, de tegenstander uitputten en het politieke verhaal in het Westen wat schouder onder steken. In een oorlog die nu al jaren duurt, is een afnemend Russisch tempo geen overwinning, maar wel een belangrijk signaal.
Wat betekent dit voor de komende maanden?
Analisten houden er rekening mee dat Rusland zal proberen het zomerseizoen alsnog te gebruiken voor nieuwe offensieven. Tegelijk staat of valt veel met de aanvoer van westerse luchtafweer, munitie en onderdelen voor de Oekraïense drone-industrie.
De kans is groot dat de oorlog zijn karakter de komende tijd verder verandert. Minder grote pijlen op de kaart, meer onzichtbare strijd om logistiek, energie en electronica. Voor de kijker thuis lijkt het front daardoor soms ‘rustiger’ dan het in werkelijkheid is.
De situatie blijft fragiel. Geen van beide partijen staat op het punt te breken, maar de balans schuift langzaam. Of dat eind 2026 leidt tot serieuze onderhandelingen, of slechts tot een nieuwe fase in dezelfde uitputtingsslag, is op dit moment niet te zeggen.
Oekraïne boekt succes op de grond én in de lucht: 'Initiatief aan het kantelen' https://t.co/ArqWWnBjcD
— RTL Nieuws (@RTLnieuws) June 3, 2026
Bron: RTL.nl
Ook geschreven door: Critical Threats / ISW, Ukrinform, Al Jazeera