Het was geen vriendelijk gesprek vrijdag in Den Haag. Oud-RIVM-directeur Jaap van Dissel zat voor de parlementaire enquêtecommissie Corona en kreeg uren lang vragen over zijn rol tijdens de pandemie. Het verhoor verliep stekelig, en Van Dissel haalde duidelijk uit naar de manier waarop het kabinet-Rutte met zijn adviezen omging.
De kern: te veel gewicht op het OMT
Volgens Van Dissel behandelde toenmalig premier Mark Rutte de adviezen van het Outbreak Management Team te vaak als doorslaggevend. Hij noemde die houding zelfs “heel kwetsbaar”. Het OMT gaf medische en epidemiologische inschattingen, maar de politieke afweging moest in Den Haag worden gemaakt, niet in de adviesvergadering.
Het scherpste voorbeeld dat Van Dissel aanhaalde: de avondklok. Rutte wilde die maatregel volgens hem vooral vasthouden omdat het OMT loslaten ervan “onverstandig” had genoemd. Dat soort redenering vond Van Dissel ongemakkelijk, want het verschoof verantwoordelijkheid van de politiek naar de wetenschap.
Wetenschap is geen politiek (en andersom ook niet)
Een rode draad in het verhoor was de scheiding tussen advies en besluit. Van Dissel benadrukte herhaaldelijk dat het OMT alleen keek naar virusverspreiding, ziekenhuisopnames en sterftecijfers. Wat een lockdown betekende voor jongeren, ondernemers of de geestelijke gezondheid, dat was niet zijn afdeling.
Pas later in de crisis kwam er een Maatschappelijk Impact Team dat juist die bredere effecten in kaart moest brengen. Volgens Van Dissel had dat veel eerder gemoeten. Nu kreeg het OMT vragen over zijn nek geschoven die het nooit had moeten beantwoorden, vindt hij.
Zelfkritiek over de eerste weken
Helemaal zonder zelfreflectie was Van Dissel niet. Hij erkende dat het RIVM en het OMT in de beginfase te veel hebben vertrouwd op informatie van de Wereldgezondheidsorganisatie. Die info bleek achteraf onvolledig, onder meer over de mate waarin het virus via de lucht werd overgedragen.
“We hadden daar kritischer op moeten zijn”, was de strekking. Geen mea culpa met grote gebaren, maar wel een erkenning dat niet alles goed is gegaan. Toch verdedigde hij de hoofdlijn van de aanpak stevig: gegeven wat toen bekend was, waren de keuzes verdedigbaar.
Geen vroegere lockdown
Een van de hardnekkige vragen rond de Nederlandse coronabesluiten is of er eerder en harder ingegrepen had moeten worden. Van Dissel veegde dat scenario grotendeels van tafel. Een vroegere lockdown was volgens hem niet realistisch geweest, omdat die dan veel te lang had moeten duren, tot de vaccins er waren.
Het draagvlak in de samenleving zou zo’n langdurige lockdown niet hebben overleefd, redeneerde hij. Een kortere, harde ingreep klinkt op papier mooi, maar werkt alleen als je daarna ook ergens naartoe kunt. En dat “ergens” was er begin 2020 simpelweg nog niet.
OMT als ‘eliteclub’? Niet volgens Van Dissel
Een vaak gehoord verwijt was dat het OMT te besloten en te eenzijdig opereerde. Van Dissel ging daar tegenin. Het OMT was volgens hem geen elitaire denktank maar een werkgroep met wisselende experts uit verschillende disciplines, gericht op snelle, praktische adviezen.
Hij gaf toe dat de transparantie beter had gekund. Adviezen werden soms pas openbaar nadat het kabinet ze had gewogen, waardoor het leek alsof het OMT op de stoel van de politiek zat. Dat beeld vond hij hardnekkig, maar onterecht.
Wat nu?
Het verhoor van vrijdag ging vooral over de beginfase van de pandemie. Onderwerpen als de mondkapjesplicht en de avondklok komen later opnieuw aan bod, want Van Dissel wordt nog een keer opgeroepen. De commissie hoort in totaal zo’n 47 getuigen, onder wie ook oud-premier Rutte en oud-minister Hugo de Jonge.
De enquête moet uitmonden in een rapport begin 2027, met conclusies en lessen voor de volgende crisis. Want dat is wel duidelijk geworden: een volgende pandemie of grote crisis komt ooit, en Nederland is volgens eerdere getuigen nog steeds niet goed voorbereid.
Naschade-politiek in optima forma
Wat de coronaenquête vooral laat zien, is hoe Nederland omgaat met crisisbeslissingen achteraf. Tijdens de pandemie was er weinig tijd voor reflectie en moest er met onvolledige informatie razendsnel gehandeld worden. Nu, jaren later, worden diezelfde keuzes zin voor zin uitgepluisd.
Voor Van Dissel was vrijdag een belangrijke dag in dat proces. Hij verdedigde zijn werk, plaatste de verantwoordelijkheid voor politieke keuzes nadrukkelijk bij de politiek, en wees op de grenzen van wat wetenschap in een crisis kan leveren. Of de commissie het daarmee eens is, blijkt pas in het eindrapport.
Bron: Telegraaf
Ook geschreven door: NOS, Reformatorisch Dagblad, Omroep Brabant