Je denkt slim bezig te zijn: je geeft wat extra gas op een verlaten autosnelweggedeelte en rijdt verderop weer langzamer, zodat je gemiddelde snelheid netjes onder de limiet blijft. Toch komt er enkele weken later onverwachts een boete thuis. Hoe kan dat, terwijl je gemiddelde snelheid toch onder de honderd bleef?
Het antwoord zit verscholen in een nuance die veel bestuurders missen. Niet alle trajectcontroles in Nederland functioneren op de manier waarop jij waarschijnlijk denkt. Een aantal hiervan is verdeeld in verschillende secties, wat de regels ingrijpend verandert.
Hoe een trajectcontrole meestal wordt uitgelegd
De standaarduitleg is simpel. Camera’s registreren je kenteken aan het begin van een stuk weg en opnieuw aan het einde. De computer rekent uit hoe lang je erover deed en zet dat om in een gemiddelde snelheid. Blijft dat gemiddelde onder de maximumsnelheid, dan krijg je geen bekeuring.
Bij dit klassieke model kun je inderdaad kort iets sneller rijden en dat later compenseren door rustiger aan te doen. Veel Nederlandse trajectcontroles werken zo, met één begin- en één eindpunt. Dat is ook waarom automobilisten er in de loop der jaren aan gewend zijn geraakt om vooral op hun gemiddelde te letten.
Meerdere secties, meerdere metingen
Bij sommige trajectcontroles is er echter niet één lang stuk, maar zijn meerdere kortere stukken achter elkaar geschakeld. Elk zo’n stuk wordt een sectie genoemd. Op elk overgangspunt hangt een cameraportaal dat je kenteken vastlegt.
Per sectie wordt vervolgens een apart gemiddelde uitgerekend. Rijd je in één van die kortere stukken te hard, dan telt dat als losse overtreding. Ook al rijd je de rest van het traject netjes onder de limiet, die ene sectie kan al voldoende zijn voor een boete.
Dat verklaart de opvallende situatie waarin iemand met een gemiddelde van bijvoorbeeld 96 kilometer per uur op een honderd-weg toch een brief krijgt. Ergens tussen twee portalen door heeft die auto namelijk kort veel harder gereden dan mocht.
Waarom het systeem zo is opgezet
De keuze voor meerdere secties heeft een praktische reden. Zonder tussenmeetpunten zou iemand die halverwege een lang traject afslaat helemaal niet gemeten worden. En omgekeerd zou iemand een flink stuk vol gas kunnen rijden en dat verderop compenseren door bijna stapvoets te gaan.
Door het traject op te knippen, blijft de handhaving over een langere afstand overeind zonder dat mensen makkelijk gaten in het systeem kunnen zoeken. Volgens het Openbaar Ministerie is dat ook een kwestie van gelijke behandeling: iedereen die op een bepaald stuk te hard rijdt, wordt op dezelfde manier gepakt.

Niet elke sectie een aparte boete
Wat het extra verwarrend maakt, is dat je bij zo’n trajectcontrole met meerdere secties niet automatisch meerdere boetes krijgt. Rijd je in twee of drie stukken achter elkaar te hard, dan volgt er volgens het Openbaar Ministerie in principe één bekeuring: die voor de hoogste overtreding.
De gedachte is dat één passage door de trajectcontrole ook één beoordeling oplevert. Voor jou als automobilist maakt dat het financiële leed iets minder, maar het neemt niet weg dat je die ene boete wel degelijk kunt krijgen op een moment dat je dacht safe te zitten.
Wat betekent dit voor je manier van rijden?
De belangrijkste les is dat het aloude trucje van ‘kort even iets sneller en dan rustig aan’ niet meer overal opgaat. Bij een klassiek traject met één begin en één einde kan het theoretisch nog werken. Bij een traject met meerdere secties is dat een stuk minder verstandig.
Waar de tussenpunten precies hangen, is voor een gewone weggebruiker vaak niet duidelijk. Je ziet vooral de bekende blauwe borden aan het begin en einde van het traject en de portalen boven de weg, maar welke portalen exact als sectiegrens gelden, staat er niet bij. Dat maakt het lastig om vooraf uit te rekenen waar je je ‘gemiddelde’ moet halen.
De praktische conclusie is nogal saai maar wel eerlijk: gewoon overal binnen de trajectcontrole je snelheid netjes onder de aangegeven limiet houden is de enige manier om zeker geen boete te krijgen. De bekende meetcorrectie van enkele kilometers per uur blijft van toepassing, maar wie daar overheen gaat, loopt in elk deel van zo’n traject risico.
Bezwaar maken heeft nut, maar niet altijd
Krijg je toch een bekeuring van een trajectcontrole en denk je dat er iets niet klopt, dan kun je via het digitale loket van het CJIB de foto van je auto opvragen. Zo kun je controleren of het inderdaad om jouw voertuig gaat en op welk deel van het traject de overtreding is geregistreerd.
Bezwaar maken is mogelijk, maar bij een correct werkende trajectcontrole zijn de metingen doorgaans lastig aan te vechten. Het systeem is juridisch stevig getoetst en de camera’s staan bekend als betrouwbaar. Beter is het dus om vooraf te weten hoe het werkt, dan om achteraf een lange procedure te starten.
Bron: InfoVandaag
Ook geschreven door: Openbaar Ministerie, Autovisie, Autobahn