Parttime werkende? De overheid wil dat je meer gaat werken

Met bijna vijf miljoen mensen in deeltijdbanen behoort Nederland tot Europese top op dit vlak, waarmee ons land zich onderscheidt. Economen en beleidsmakers hebben gemixt gevoelens over deze situatie. Een belangrijk vraagstuk is namelijk wat het zou betekenen als een aanzienlijk deel van deze groep structureel meer uren zou kunnen werken.

Dit onderwerp staat prominent op de agenda bij RaboResearch, het ministerie van Sociale Zaken en universitaire onderzoekers op het gebied van arbeid. De analyses die zij uitvoeren, brengen opvallende bevindingen naar voren en leiden tot een debat dat veel breder reikt dan alleen loonkwesties.

De berekening die het gesprek aanzwengelt

Econoom Hugo Erken van RaboResearch rekende voor wat er zou gebeuren als alle 4,8 miljoen Nederlandse deeltijders twee uur per week extra zouden werken. De uitkomst: dat staat gelijk aan ongeveer 180.000 voltijdsbanen die er in één klap bij komen.

De potentiële welvaartswinst die daarbij hoort, schat Erken op ongeveer 150 miljard euro. Dat is geen bedrag dat morgen op een rekening staat, maar een ruwe inschatting van wat de Nederlandse economie op termijn extra zou kunnen produceren.

Ter vergelijking: Nederland heeft een hoge arbeidsparticipatie, veel mensen hebben dus een baan. Maar het gemiddeld aantal gewerkte uren per persoon ligt laag ten opzichte van andere Europese landen. Daar zit de rek.

Een ‘overzichtelijke’ twee uur, zegt de hoogleraar

Hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen van Tilburg University noemt twee uur extra per week een overzichtelijke uitbreiding. Niet een hele dag erbij, niet een carrièresprong, maar een paar uur die voor veel werknemers in te passen zou kunnen zijn.

Zijn redenering: als dat haalbaar is én aantrekkelijk gemaakt wordt, kan het winst opleveren voor de maatschappij, de economie en de werknemer zelf. De voorwaarde is wel dat werkgevers er praktisch iets mee doen in roosters en organisatie.

Want twee uur extra inplannen klinkt simpel, maar in de zorg, in het onderwijs en in de kinderopvang betekent dat vaak schuiven met diensten, invallers en opvangregelingen. Zonder die praktische kant blijft het bij rekensommen op papier.

Niet iedereen wil of kan meer

Volgens cijfers van het CBS zijn er ongeveer 500.000 tot 570.000 ‘onderbenutte’ deeltijders. Dat zijn mensen die aangeven dat ze meer uren willen werken én daar direct voor beschikbaar zijn. Die groep is interessant voor beleidsmakers, omdat de drempel bij hen laag ligt.

De grote meerderheid van de parttimers heeft echter bewust voor deeltijd gekozen. Zorg voor kinderen, mantelzorg voor een ouder, een studie of simpelweg een voorkeur voor vrije tijd. Die keuzes zijn volgens arbeidsmarkt-experts verre van ‘niets doen’, zoals in de discussie soms wordt gesuggereerd.

Het programma dat parttimers wil verleiden

De overheid probeert, samen met de Universiteit Utrecht, deze knoop door te hakken met het programma ‘Meer Uren Werkt!’. Doel is een nieuwe deeltijdcultuur, waarin mensen die dat willen gemiddeld 2,7 uur per week meer gaan werken.

De aanpak draait om praktische drempels wegnemen. Flexibelere roosters, ondersteuning bij mantelzorg, taken anders verdelen en inzicht geven in wat die extra uren netto opleveren. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld via de WerkUrenBerekenaar van het Nibud.

Daarnaast is er een subsidieregeling waarmee werkgevers in sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang kunnen experimenteren met oplossingen. De gedachte: wat op kleine schaal werkt, kan later breder worden uitgerold.

Eigen upload

‘Je werkt niet alleen om geld te verdienen’

In de communicatie rond deze aanpak valt een motto op dat voor sommigen tegenstrijdig klinkt: je werkt niet alleen om geld te verdienen. Dat is bedoeld om het bredere plaatje te schetsen, zoals sociale contacten, structuur in de week en persoonlijke ontwikkeling.

Tegelijk hamert dezelfde overheid erop dat werken moet lónen. Via fiscale maatregelen wordt geprobeerd de marginale druk te verlagen, zodat extra gewerkte uren netto ook echt meer opleveren. Onderzoek wijst uit dat mispercepties over toeslagen en belasting veel mensen tegenhouden om uit te breiden.

Gerichte uitleg over wat extra uren werkelijk opbrengen kan het arbeidsaanbod met ongeveer anderhalf uur per week verhogen, zo blijkt uit berekeningen. Een cijfer dat kleiner klinkt dan de miljardenschattingen, maar dat opgeteld over miljoenen werkenden alsnog aantikt.

De kritische kanttekening

Deskundigen plaatsen stevige kanttekeningen bij de boodschap. Veel deeltijdkeuzes zijn weloverwogen, en fiscale prikkels alleen hebben beperkt effect. Als het rooster niet werkt, de opvang niet rond is of de werkdruk al hoog ligt, verandert een belastingvoordeel daar weinig aan.

Daarnaast wijzen economen op een parallel spoor: productiviteit. Meer waarde creëren met dezelfde mensen is, zeker met het oog op vergrijzing, minstens zo belangrijk als extra uren draaien. Beide debatten lopen door elkaar heen en versterken elkaar soms, maar botsen ook.

Wat betekent dit voor jou

Voor wie parttime werkt, is dit vooral een signaal dat de politieke en economische druk op deeltijd verder oploopt. Niet in de vorm van dwang, maar wel via programma’s, campagnes en subsidies die werkgevers aanzetten tot gesprek. Dat gesprek komt vaker aan tafel.

De cijfers die rondvliegen, van 180.000 voltijdsbanen tot 150 miljard euro welvaartswinst, zijn rekenmodellen. Ze laten zien wat theoretisch kan, niet wat gegarandeerd gebeurt. Of jij er iets mee wilt, hangt af van jouw situatie, voorkeuren en rooster.

Bij twijfel over wat extra uren financieel betekenen in jouw geval: een onafhankelijke rekentool of een financieel adviseur geeft daar het beste antwoord op. Bij twijfel: raadpleeg een financieel adviseur.

Bron: HR Praktijk

Ook geschreven door: CBS, Universiteit Utrecht, Rijksoverheid