Camperbezitters verkopen massaal: aanbod schiet ineens door het dak

Wie dit jaar zijn camper uit de stalling haalde, schrok waarschijnlijk van de aanslag op de mat. Sinds 1 januari 2026 geldt namelijk het halftarief in de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto’s. In de praktijk komt dat neer op een verdubbeling van wat je vorig jaar nog kwijt was.

De maatregel hing al sinds 2023 boven de markt, maar nu hij echt is ingegaan, voelen camperbezitters de pijn pas goed. En dat zie je terug op de tweedehandsmarkt, in de schorsingen bij de RDW en in de mailbox van de grote camperclubs.

Van kwart naar half: wat er veranderde

Tot eind 2025 betaalden particuliere camperbezitters het zogenoemde kwarttarief: 25 procent van wat een normale personenauto met hetzelfde gewicht aan wegenbelasting zou kosten. Sinds dit jaar is dat 50 procent. Een verdubbeling dus.

De redenering van de overheid is simpel. Het aantal campers in Nederland groeide van zo’n 93.000 in 2014 naar ruim 180.000 nu. Campers worden bovendien intensiever gebruikt dan vroeger, ook als tijdelijke woning. De oude korting paste daar volgens Den Haag niet meer bij. De verwachte opbrengst van de maatregel ligt rond de 80 miljoen euro per jaar.

Wat het concreet kost

De stijging hangt af van gewicht, brandstof en provincie (door de opcenten), maar de richtbedragen zijn fors. Hieronder een aantal indicaties op jaarbasis:

  • Buscamper van circa 2.900 kg: van ongeveer 258 euro naar 516 euro.
  • Halfintegraal van circa 3.000 kg: van ongeveer 279 euro naar 558 euro.
  • Alkoofcamper van circa 3.200 kg: van ongeveer 300 euro naar 600 euro.
  • Integraal van circa 3.400 kg: van ongeveer 319 euro naar 638 euro.

Dit zijn bedragen per kwartaal in veel berekeningen, dus op jaarbasis zit een gemiddelde camperaar al snel rond de 1.800 euro waar dat vorig jaar nog rond de 900 euro lag. Zwaardere dieselmodellen met fijnstoftoeslag kunnen er nog flink overheen gaan.

Verschil met de buurlanden

Een gevoelig punt voor veel camperbezitters: in Duitsland betaal je voor een vergelijkbare camper grofweg tussen de 400 en 500 euro per jaar, in België blijft het vaak rond de 200 tot 250 euro hangen. Dat verschil voedt het gevoel bij camperaars dat ze in Nederland als melkkoe gezien worden.

Vooral de groep die de camper een paar weken per jaar gebruikt voor vakantie of een lang weekend voelt zich geraakt. Een vast bedrag van bijna tweeduizend euro voor een voertuig dat het grootste deel van het jaar stilstaat, voelt voor velen disproportioneel.

De gevolgen: meer aanbod, meer schorsingen

Op campermarkten en in advertenties is de verschuiving goed te zien. Tijdens de Nationale Campermarkt in Biddinghuizen in maart stonden ruim 300 particuliere campers te koop, een flinke stijging ten opzichte van eerdere jaren. Ongeveer 45 stuks wisselden ter plekke van eigenaar, met nog meer deals in de weken erna.

Ook camperclubs zoals de NKC krijgen opvallend meer opzeggingen, vaak met als reden dat het simpelweg te duur wordt. Daarnaast kiezen veel eigenaren ervoor om hun kenteken een groot deel van het jaar te schorsen. Tijdens de schorsing betaal je geen wegenbelasting, maar mag de camper ook niet op de openbare weg en moet hij op eigen terrein of in een stalling staan.

white and gray van parked beside green trees during daytime
Foto: Hert Niks via Unsplash

Wie zijn de twijfelaars?

De grootste groep twijfelaars zijn senioren die ooit een camper kochten voor de vrijheid en de flexibiliteit. In media zoals het AD vertellen koppels van rond de zeventig dat het idee van spontaan ergens heen rijden anders gaat voelen als de vaste lasten zo hoog worden. Sommigen overwegen de overstap naar een caravan, die buiten gebruik geen wegenbelasting kost.

Anderen kijken juist naar lichtere modellen, naar een buscamper onder een bepaald gewicht, of naar een elektrische camper. Voor EV-campers geldt het halftarief op een al lager elektrisch tarief, dus relatief blijven die er gunstiger uitkomen. Het aanbod en de prijzen daarvan zijn alleen nog beperkt.

En als koper?

Voor wie juist nog wil instappen, is dit in theorie een interessant moment. Door het ruime aanbod staan de tweedehandsprijzen op veel modellen onder druk. Tegelijk is de jaarlijkse rekening voor wegenbelasting, verzekering, onderhoud en brandstof opgelopen, dus reken voor je tekent goed door wat een camper jou op jaarbasis echt kost.

Een paar opties om de pijn te verzachten: schorsen buiten het seizoen, kiezen voor een lichter model, of nagaan of een oldtimer-camper (40 jaar of ouder) interessant is. Die zijn onder voorwaarden vrijgesteld. De exacte tarieven voor jouw kenteken vind je via de Belastingdienst.

Wat de komende maanden brengen

De camperwereld lobbyt al langer voor uitstel of versoepeling, maar daar lijkt op korte termijn weinig beweging in te zitten. De maatregel staat en de opbrengst is ingeboekt. Wel houden brancheclubs en politieke partijen de effecten op de tweedehandsmarkt scherp in de gaten.

Voor nu is het vooral wennen. Aan een hogere mat, aan een ander reisritme, en aan het besef dat de gouden jaren van het goedkope kwarttarief definitief voorbij zijn. Bij twijfel over jouw eigen situatie: raadpleeg een financieel adviseur of vraag een tariefberekening op bij de Belastingdienst.

Bron: AD

Ook geschreven door: Radar AVROTROS, De Telegraaf, EW Magazine