Deze inkomens worden het hardst geraakt..

Vooral huishoudens met een laag tot middeninkomen draaien relatief het meest op voor de nieuwe ‘vrijheidsbijdrage’ die de coalitie vanaf 2028 wil invoeren. Dat blijkt uit berekeningen die De Telegraaf publiceerde. De maatregel moet structureel geld opleveren, maar de verdeling van de lasten roept stevige vragen op.

De vrijheidsbijdrage is bedoeld om jaarlijks 3,4 miljard euro bij burgers en 1,7 miljard euro bij bedrijven op te halen. Voor huishoudens komt dat gemiddeld neer op zo’n 425 euro per jaar. Op papier blijven de inkomstenbelastingtarieven gelijk. In de praktijk gebeurt iets anders: belastingschijven en heffingskortingen groeien slechts beperkt mee met de inflatie.

Stille belastingverhoging raakt onderkant harder

Economen wijzen erop dat deze constructie vooral mensen treft die rond de grenzen van belastingschijven zitten of sterk leunen op heffingskortingen. Lonen stijgen doorgaans wél mee met inflatie, waardoor werknemers sneller in een hogere schijf belanden terwijl de schijfgrenzen achterblijven. Het gevolg is dat over een groter deel van het inkomen een hoger percentage wordt afgedragen.

Volgens analyses van De Nederlandsche Bank pakt beperkte indexering onevenredig nadelig uit voor lagere inkomens. Aart Gerritsen, universitair hoofddocent, stelt dat dit botst met het principe van proportioneel belasten. Wie eerlijker wil verdelen, zou de tarieven expliciet moeten aanpassen in plaats van te kiezen voor een minder zichtbare route.

Minder zichtbaar, wel voelbaar

Fiscalist Cor Overduin noemt de aanpak een bewuste politieke keuze. Doordat de belastingdruk niet via een tariefstijging wordt gepresenteerd, voelen mensen de maatregel minder direct. Tegelijkertijd holt de koopkracht wel degelijk uit. Ook het heffingsvrije vermogen in box 3 stijgt slechts beperkt mee, waardoor spaarders en beleggers sneller belasting betalen.

Bedrijven betalen via hogere premie

Voor ondernemingen wordt geen aparte heffing ingevoerd. In plaats daarvan gaat de premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) omhoog. Die premie geldt voor alle werkgevers, ongeacht winst of verlies. Volgens Overduin is dit begrotingstechnisch aantrekkelijk, maar inhoudelijk schuurt het. De Aof-premie is oorspronkelijk bedoeld voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en niet als algemene financieringsbron.

De kern van de kritiek is helder: de vrijheidsbijdrage oogt neutraal, maar verschuift de lasten relatief naar degenen met minder financiële ruimte. Dat maakt de maatregel politiek slim, maar maatschappelijk gevoelig. Wat vind jij: eerlijk verdelen of slim verhullen? Praat mee en deel je mening.

Bron: accountancyvanmorgen.nl