Hij oogt onschuldig met zijn bamboe-achtige stengels en hartvormige bladeren, maar wie de Japanse duizendknoop eenmaal in zijn tuin heeft, heeft er vaak jarenlang werk aan. De plant heeft een bijna mythische reputatie opgebouwd in Nederland, en niet zonder reden.
Verhalen over opgedrukte tegels, overwoekerde borders en torenhoge verwijderingskosten zijn talloos. Maar hoe groot is het gevaar nu écht, en wat moet je doen als hij ineens bij jou opduikt? Volgens invasieve-exotenonderzoeker Casper Krijnse Locker van Wageningen Plant Research hoef je niet te panikeren, maar onderschatten is ook geen optie.
Waar komt deze plant eigenlijk vandaan?
De Japanse duizendknoop hoort van nature niet in Nederland thuis. Zijn oorsprong ligt in Azië, in gebieden rond Japan, China en Korea. In de negentiende eeuw werd hij door een botanicus naar Nederland gehaald, geplant in de Hortus in Leiden en in zijn eigen tuin.
Vanaf die twee plekken heeft de plant zich rustig verder verspreid door het hele land. Inmiddels duikt hij op in tuinen, langs spoorlijnen, op braakliggende terreinen en in bermen. Hij staat te boek als invasieve exoot: een soort die door menselijk handelen hier terecht is gekomen en zich agressief uitbreidt.
Waarom is hij zo’n probleem?
De plant groeit snel en vormt een dichte begroeiing. Daardoor krijgen andere planten in de buurt nauwelijks nog licht, ruimte of voedingsstoffen. Dat heeft een negatieve invloed op de biodiversiteit, legt Krijnse Locker uit.
Daarnaast kunnen de stevige wortels schade aanrichten aan infrastructuur. Hij dringt door bestaande scheuren in beton, asfalt of muurwerk en maakt die groter. Wat hij overigens niet kan, is hele betonblokken splijten. Dat soort horrorverhalen mag je dus met een korrel zout nemen.
Waarom hij zo lastig weg te krijgen is
De voortplantingstruc van de duizendknoop is bijna oneerlijk effectief. Een achtergebleven stukje wortel of stengel van een paar centimeter kan al uitgroeien tot een volledig nieuwe plant. Wie de plant onhandig verwijdert, helpt hem dus eigenlijk verder.
Volgens de onderzoeker kun je de plant tussen mei en september voorzichtig uitgraven met een spitvork of riek. Een schop hakt wortels makkelijker door, en juist die afgebroken stukjes wil je niet in de grond laten zitten. De wortels lopen ver door, dus zorgvuldig werken is belangrijk.
“Zelfs een klein stukje wortel of stengel kan uitgroeien tot een volledig nieuwe plant.”

Snoeien, afdekken, herhalen
Een andere aanpak is de plant volledig terugsnoeien tot er bovengronds niets meer staat. Belangrijk: laat geen losse stengelfragmenten op de grond liggen, want dan begin je morgen weer van voren af aan.
Dek de plek daarna royaal af met een dik zeil. Zonder licht kan de plant geen fotosynthese plegen en raakt hij uitgeput. Houd in de gaten of er verderop in de tuin geen nieuwe scheuten boven de grond komen. Geduld is bij deze plant geen luxe maar pure noodzaak.
Kijk ook even bij de buren
Een tip die veel mensen vergeten: check ook de tuin van de buren. Als jij de plant uit jouw tuin haalt en zij niets doen, is de kans groot dat hij gewoon weer jouw kant op kruipt. Gelijktijdig aanpakken werkt veel beter.
Volgens Krijnse Locker is het volledig uitroeien van de duizendknoop in Nederland helaas niet meer realistisch. De plaag is daarvoor te ver gevorderd. Wel valt er nog veel te winnen door de verspreiding te beperken. Niet voor niets heeft de Europese Unie de plant op de zwarte lijst gezet: hij mag niet meer verhandeld of vervoerd worden, behalve om hem af te voeren.
De allerbelangrijkste regel: niet bij de gft-bak
En dan de meest gemaakte fout: het afval. Gooi de resten van de Japanse duizendknoop nooit bij het gft-afval. In de compostverwerking overleeft de plant prima en zo verspreidt hij zich verder via tuincompost van anderen. De resten horen bij het restafval.
Een betere optie is om de afgesneden delen in te leveren bij de milieustraat. Veel gemeenten hebben daar een speciaal inzamelpunt voor de Japanse duizendknoop. Even checken bij je eigen gemeente loont, want het beleid verschilt per regio.
De Japanse duizendknoop is dus geen reden voor paniek, maar wel voor zorgvuldigheid. Wie weet hoe hij werkt, kan hem onder controle houden, ook al kost dat tijd en doorzettingsvermogen. Eén ding is zeker: de gft-bak is echt het verkeerde adres.
Bron: rtl.nl
Ook geschreven door: Invasieve-exoten.info, Beuningen Nieuws