Op het eerste gezicht ziet hij er bijna sierlijk uit: grote witte trompetbloemen, stevige bladeren met hoekige randen en na de bloei bolletjes vol stekels. Toch is de doornappel geen plant die je in je tuin wilt hebben. Sterker nog, deskundigen roepen op om hem meteen te verwijderen zodra je hem tegenkomt.
De plant duikt de laatste jaren steeds vaker op in Nederland. Zeker in het zuidwesten van het land klagen boeren over besmette akkers. En omdat de doornappel makkelijk overspringt van akker naar moestuin, is het ook voor gewone tuinbezitters oppassen geblazen.
Wat is de doornappel eigenlijk?
De officiële naam is Datura stramonium. Hij hoort bij de nachtschadefamilie, dezelfde plantenfamilie als de tomaat, aardappel en aubergine. Klinkt onschuldig, maar deze familielid is een heel ander verhaal.
Alle delen van de plant bevatten giftige stoffen, zogenaamde tropaanalkaloïden zoals atropine en scopolamine. Die stoffen kunnen het zenuwstelsel flink in de war schoppen. Vooral in de zaden zit een hoge concentratie, maar ook bladeren, stengels en bloemen zijn niet ongevaarlijk.
Zelfs een uitgedroogde plant blijft giftig. Dat maakt hem extra vervelend als hij per ongeluk tussen veevoer of oogst terechtkomt.
Zo herken je hem in je tuin
De doornappel kan flink groot worden, tot ongeveer een meter hoog. De bloemen zijn groot, trompetvormig en meestal wit, soms met een paarse gloed. Bloeien doet hij vooral in de zomermaanden.
Het meest opvallende komt na de bloei. Dan verschijnen eivormige, groene vruchten die helemaal bedekt zijn met stekels. Ze lijken een beetje op de bolster van een kastanje. Als de vrucht rijp is, springt hij open en rollen er donkere zaden uit.
Juist die zaden maken de plant zo taai. Eén enkele doornappel kan honderden zaden produceren. En die zaden kunnen volgens deskundigen vijf tot tien jaar in de bodem blijven liggen voordat ze alsnog ontkiemen.
Waarom hij nu vaker opduikt
De doornappel is dol op warmte, zon en voedselrijke grond die regelmatig wordt omgewoeld. Akkers, braakliggende stukken grond, stortplaatsen en moestuinen zijn dus ideale plekken voor hem. Warmere zomers helpen daar niet bij, integendeel.
Een maisspecialist schatte onlangs dat in Zuidwest-Nederland bij één op de drie tot vijf klanten besmette percelen te vinden zijn. Dat is een ruwe schatting en geen landelijk cijfer, maar het zegt wel iets over hoe hard de plant terrein wint.
Boeren letten er inmiddels scherper op. Tussen mais- en aardappelplanten valt de doornappel niet meteen op, en als hij tijdens de oogst wordt meegenomen, kunnen giftige plantendelen zomaar in veevoer of voedsel belanden.

Waarom kinderen en huisdieren extra risico lopen
Kinderen en huisdieren zijn de belangrijkste reden om de plant direct te verwijderen zodra je hem in je tuin ziet staan. De stekelige vruchten zien er nieuwsgierig-makend uit, en de donkere zaadjes die eruit vallen, zijn zeker voor jonge kinderen aantrekkelijk.
Vergiftiging met tropaanalkaloïden kan ernstige klachten geven. Wacht dan ook niet af tot je klachten ziet: bij vermoedelijke inname is het verstandig om direct contact op te nemen met een arts of huisartsenpost. Voor huisdieren geldt hetzelfde bij de dierenarts.
Bij twijfel of klachten: raadpleeg je huisarts of een dierenarts.
Zo pak je hem aan als je hem in je tuin vindt
Zie je een doornappel in je tuin, wacht dan niet tot de vruchten helemaal zijn uitgegroeid. Hoe eerder je hem verwijdert, hoe kleiner de kans dat er zaden op de grond vallen. Trek de plant het liefst helemaal uit de grond, met stevige tuinhandschoenen aan, en houd de plant zo min mogelijk tegen je kleding.
Zit er al een rijpe zaaddoos aan? Wees dan extra voorzichtig. Zorg dat die zaaddoos niet openbarst tijdens het weghalen, anders kunnen tientallen zaden in één keer op de bodem vallen. Verpak de plant daarna zorgvuldig, bijvoorbeeld in een dichte zak, zodat er onderweg niets uitvalt.
Op de composthoop hoort de plant niet thuis. Brancheorganisatie BVOR waarschuwt dat volgroeide zaden het composteren prima kunnen overleven en zich zo verder verspreiden. Groenafval bij de gemeente is een betere keuze.
Blijf de komende jaren goed kijken
Eén doornappel verwijderen betekent helaas niet dat je van het probleem af bent. De zaden die al in de grond zitten, kunnen jarenlang wachten op het juiste moment. Controleer de plek daarom in het voorjaar en de zomer regelmatig op nieuwe jonge planten.
Jonge exemplaren zijn een stuk makkelijker weg te halen dan volgroeide planten met stekels en zaaddozen. Vooral kale, zonnige stukjes tuin verdienen extra aandacht, want daar voelt de doornappel zich het meest thuis.
De NDFF, het Nederlandse registratiepunt voor flora en fauna, noemt de doornappel inmiddels een algemene soort. Zeldzaam is hij dus niet meer. Reden temeer om je tuin de komende jaren eens wat vaker met een schuin oog te bekijken, vooral in augustus en september wanneer de vruchten zich vormen.
Bron: infovandaag.nl
Ook geschreven door: Flora van Nederland, BVOR, NDFF Verspreidingsatlas