Het plan van D66, VVD en CDA om samen een minderheidskabinet te vormen stuit op stevige weerstand. Uit een representatieve peiling van het Hart van Nederland-panel onder 3.184 deelnemers blijkt dat slechts een derde van de ondervraagden dit voornemen steunt. Zes op de tien Nederlanders reageren ronduit afwijzend. De cijfers laten zien dat het vertrouwen in deze regeringsconstructie opvallend laag ligt.
Dat beperkte draagvlak valt extra op wanneer het wordt vergeleken met eerdere formaties. In een vergelijkbaar stadium kon de vorige coalitie nog rekenen op steun van 61 procent van de bevolking. Het huidige percentage ligt daar ver onder. Dat contrast benadrukt hoe diep het wantrouwen richting dit plan zit en roept vragen op over de legitimiteit van de samenwerking.
Twijfels over aansluiting bij de verkiezingsuitslag
Niet alleen de steun ontbreekt, ook het gevoel dat deze coalitie de verkiezingsuitslag weerspiegelt is zwak. Slechts een kwart van de ondervraagden vindt dat het beoogde kabinet recht doet aan de stem van de kiezer. Zeven op de tien zijn het daar juist duidelijk mee oneens. Dat sentiment werkt door in het representatiegevoel: slechts 27 procent zegt zich goed of enigszins vertegenwoordigd te voelen door deze politieke combinatie.
Gevoel van teleurstelling en afstand
De uitkomsten laten weinig ruimte voor optimisme. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan zich in de steek gelaten te voelen wanneer dit kabinet aantreedt. Nog eens 22 procent voelt zich niet vertegenwoordigd, zonder dat woord ‘verraad’ te gebruiken. Daarmee herkent bijna driekwart van de bevolking zich niet in de voorgestelde koers, wat de afstand tussen politiek en samenleving verder vergroot.
Onvrede vooral aan de rechterkant
De grootste ontevredenheid is zichtbaar bij kiezers aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Onder aanhangers van PVV, JA21, Forum voor Democratie, BBB en SGP voelt 69 procent zich in de steek gelaten. Bij linkse kiezers ligt dat aandeel lager, maar met 42 procent blijft ook daar sprake van aanzienlijke onvrede. Het onderstreept de sterke polarisatie rond dit minderheidskabinet.
Interne spanningen binnen de VVD
Opvallend zijn de cijfers onder VVD-kiezers zelf. Ondanks de deelname van hun partij aan het kabinet voelt 22 procent zich niet vertegenwoordigd en zegt 32 procent zich zelfs in de steek gelaten te voelen. Samen gaat het om meer dan de helft van de eigen achterban. Slechts 51 procent van de VVD-stemmers staat positief tegenover samenwerking met D66 en CDA, wat twijfels oproept over de interne steun en stabiliteit.
Wisselend enthousiasme bij coalitiepartners
Bij D66 is de steun onder de eigen kiezers duidelijk groter: zeven op de tien staan positief tegenover het kabinet. Bij het CDA ligt dat percentage op 56. Toch is ook daar geen sprake van onverdeeld enthousiasme. De steun lijkt voldoende om te starten, maar oogt te broos om langdurige zekerheid te bieden. Dat beperkt het politieke krediet waarmee het kabinet aan de slag gaat.
Lage verwachtingen over de levensduur
Het vertrouwen in de houdbaarheid van het kabinet is bijzonder laag. Slechts 11 procent van de ondervraagden verwacht dat de coalitie een volledige termijn van vier jaar zal uitzitten. Bij het vorige kabinet dacht nog 28 procent dat dit haalbaar was. Zelfs onder D66-stemmers verwacht slechts 28 procent dat het kabinet de eindstreep haalt.
Achtergrond van een moeizame formatie
Vrijdag maakten D66, VVD en CDA hun voornemen officieel bekend. Rob Jetten, Dilan Yeşilgöz en Henri Bontenbal presenteerden het plan op De Zwaluwenberg. De VVD had liever JA21 betrokken, maar dat voorstel werd door Jetten afgewezen. Eerder sloot de VVD ook samenwerking met GroenLinks-PvdA uit.
Regeren zonder vaste meerderheid
Het resultaat is een smalle coalitie die per wetsvoorstel op zoek moet naar steun in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Dat maakt besluitvorming kwetsbaar en kan leiden tot vertraging. Zonder vaste meerderheden neemt de kans op blokkades toe en is voortdurend overleg met wisselende partijen nodig.
Felle oppositie aan de horizon
Vanuit de oppositie klinken direct harde woorden. Geert Wilders liet via X weten fel verzet te zullen bieden. Hij sprak van een “oorlogsverklaring aan Nederland” en uitte stevige kritiek op mogelijke bezuinigingen, het asielbeleid en de rol van Jetten. Die toon zet de verhoudingen vanaf het begin op scherp.
Starten met een politieke achterstand
De kernvraag blijft of een kabinet met zo weinig maatschappelijk vertrouwen effectief kan regeren. Minderheidskabinetten zijn zeldzaam en historisch kwetsbaar. Zonder breed draagvlak dreigen plannen te verzanden in eindeloze onderhandelingen. Formeel kan het kabinet van start gaan, maar politiek en moreel begint het met een duidelijke achterstand. De komende maanden zullen laten zien of deze constructie standhoudt.