De afgelopen maanden speelde het leven zich voor Jan Boskamp vooral af tussen ziekenhuisbedden en lange dagen van onzekerheid. De man die generaties voetbalfans kende als energieke analist en Feyenoord-boegbeeld, kreeg te maken met een fysieke strijd die alles op zijn kop zette.
Wat begon als vermoeidheid en vage klachten, groeide uit tot een periode waarin zelfs de simpelste handelingen niet meer vanzelfsprekend waren. Pas eind december werd duidelijk wat er speelde, met een diagnose die zijn leven maandenlang volledig zou beheersen.
Maanden van klachten zonder duidelijk antwoord
Sinds de zomer voelde Boskamp dat er iets mis was. Aanhoudende spierpijn, pijnlijke gewrichten en een vermoeidheid die maar niet wegtrok, bepaalden zijn dagen. Rust nemen hielp nauwelijks, waardoor onzekerheid langzaam de overhand kreeg.
De klachten beperkten hem steeds meer in zijn dagelijkse leven. Waar hij eerder bekendstond om zijn uitgesproken analyses en aanwezigheid rond het voetbal, werd zelfs opstaan of een korte wandeling een opgave die veel energie kostte.
Diagnose brengt duidelijkheid én schrik
Na maanden van onderzoeken en verslechterende klachten volgde eind december de diagnose spierreuma. Voor Boskamp viel alles plots op zijn plek, al bracht dat ook nieuwe zorgen met zich mee. De aandoening verklaarde zijn pijn en uitputting, maar bood geen snelle oplossing.
Naast de spierreuma kampte hij ook met een prostaatprobleem, wat zijn herstel verder bemoeilijkte. De combinatie van klachten zorgde ervoor dat opname in het ziekenhuis onvermijdelijk werd en het leven tijdelijk stil kwam te staan.
Vijf weken ziekenhuis en veertig kilo lichter
In totaal bracht Boskamp vijf weken door in het ziekenhuis. Een periode die hij later omschreef als extreem zwaar. Zijn lichaam takelde in korte tijd af en het gewichtsverlies was enorm. Veertig kilo raakte hij kwijt, iets wat diepe indruk maakte.
Tegen Het Belang van Limburg vertelde hij openhartig hoe dichtbij het einde soms voelde. Een maand geleden lag hij naar eigen zeggen nog op apegapen en voelde hij zich als een dood vogeltje dat nauwelijks nog kracht had.
Simpele handelingen werden onmogelijk
Tijdens zijn dieptepunt kon Boskamp nauwelijks voor zichzelf zorgen. Een lepel vasthouden lukte niet en zelfs een paar stappen zetten voelde als een onmogelijke opgave. De zelfstandigheid die hij altijd kende, verdween vrijwel volledig.
Die afhankelijkheid viel hem zwaar, maar hij bleef realistisch. Elke kleine vooruitgang voelde als winst. Het besef dat herstel tijd nodig had, hielp hem om stap voor stap vooruit te kijken.
Rollator als tussenstation
Inmiddels gaat het iets beter, al is de weg terug nog lang. Boskamp loopt nu met een rollator om steun te hebben tijdens het wandelen. Het hulpmiddel voelt voor hem onwennig, maar hij ziet het vooral als teken van vooruitgang.
Hij maakt er zelf een relativerende opmerking over. Het ziet er misschien niet fraai uit, maar het alternatief is een rolstoel. Dat perspectief houdt hem gemotiveerd om te blijven werken aan zijn herstel.
