Het nachtelijk lager zetten van de thermostaat en daarna weer omhoog is voor veel Nederlanders een even gewone handeling als het slot van de voordeur controleren. Het geeft een gevoel van zuinigheid en verstandigheid. Of het werkelijk voordeel oplevert, hangt echter af van iets wat je ’s avonds meestal niet overweegt: de manier waarop jouw woning verwarmd wordt.
Er bestaat namelijk geen vaste nachttemperatuur die in elke woning goed uitpakt. In het ene huis kan een forse verlaging ’s nachts echt besparen. In een ander huis kan diezelfde gewoonte juist, zonder dat je het merkt, je energiekosten doen stijgen.
De klassieke situatie: cv-ketel met radiatoren
Heb je een gewone cv-ketel met radiatoren? Dan is het bekende advies nog altijd prima. Milieu Centraal, de onafhankelijke voorlichtingsorganisatie over energie, raadt aan om de thermostaat ’s nachts op 15 graden te zetten. Doe dat het liefst al zo’n uur voordat je gaat slapen, want het huis koelt toch langzaam af.
In de voorbeeldwoning van Milieu Centraal scheelt dat ongeveer 60 euro per jaar. Hoeveel het in jouw huis oplevert, hangt onder meer af van de isolatie, het weer buiten en hoe warm je het normaal hebt. Wie overdag al zuinig stookt, wint ’s nachts natuurlijk minder dan iemand die de hele dag op 21 graden zit.
Radiatoren zijn hier in het voordeel omdat ze snel reageren. Een cv-ketel stookt ’s ochtends met een hoge watertemperatuur en krijgt de woonkamer relatief vlot weer warm. Het opwarmen kost dus wel energie, maar minder dan je ’s nachts bespaart door niet te stoken.
Vloerverwarming: rustig aan met de knop
Bij vloerverwarming ligt het anders. Zo’n systeem warmt traag en gelijkmatig op, met een grote massa beton of dekvloer die eerst op temperatuur moet komen. Zet je de thermostaat ’s avonds fors terug, dan duurt het de volgende ochtend lang voordat het weer behaaglijk is.
Daarom luidt het advies bij vloerverwarming om de temperatuur ’s nachts hooguit een graad of twee lager te zetten. Ben je overdag gewend aan 19 of 20 graden, dan kom je uit op ongeveer 17 à 18 graden. Zo blijft het opwarmen beperkt en hoef je ’s ochtends niet te bibberen terwijl de vloer nog bezig is.
Warmtepomp: soms helemaal niet terugdraaien
Het grootste verschil zit bij de warmtepomp. Die werkt het zuinigst als hij de temperatuur in huis zo constant mogelijk kan houden, op een lage watertemperatuur. Zet je de thermostaat ’s nachts veel lager, dan moet de warmtepomp ’s ochtends hard werken om het huis weer op te warmen.
Volgens Milieu Centraal kan dat meer energie kosten dan het huis gewoon de hele nacht op temperatuur houden. Heb je een warmtepomp met vloerverwarming, een bodemwarmtepomp of een goed geïsoleerd huis met ventilatie met warmteterugwinning? Dan luidt het advies zelfs om de thermostaat ’s nachts helemaal niet lager te zetten.
Heb je een hybride warmtepomp, die samenwerkt met een cv-ketel, of zit je op een warmtenet? Dan is een kleine nachtverlaging meestal het verstandigste midden. Dus niet de diepe duik naar 15 graden, maar een beperkte stap terug.
Waarom die oude tip zo hardnekkig is
Dat zoveel mensen automatisch naar 15 graden grijpen, is niet zo gek. Jarenlang verwarmde vrijwel elk Nederlands huis met een gasketel en radiatoren, en daarvoor klopte de tip gewoon. Nu steeds meer woningen overstappen op vloerverwarming en warmtepompen, blijkt dat het advies niet zomaar mee kan verhuizen.
Let ook op je thermostaat zelf. Een slimme thermostaat die gemaakt is voor een hr-ketel, is volgens Milieu Centraal vaak niet te gebruiken voor een warmtepomp. Stap je over, dan is het handig om na te gaan of het apparaat en de instellingen wel bij het nieuwe systeem passen.
Wat levert het meeste op?
Naast de nachtstand blijft de temperatuur overdag een belangrijke knop. Volgens Milieu Centraal scheelt het jaarlijks zo’n 170 euro als je de thermostaat thuis niet hoger dan 19 graden zet. Met een trui of een dekentje op de bank is dat voor veel mensen goed te doen.
Twijfel je welke nachtstand bij jouw huis past? Je kunt je verbruik bij verschillende instellingen vergelijken, het liefst op dagen met vergelijkbaar weer. Je installateur kan je bovendien vertellen hoe jouw systeem het best werkt.
De gouden regel is dus niet langer één getal op de thermostaat, maar kennis van je eigen huis. Met radiatoren mag de knop ’s nachts gerust een flink stuk omlaag. Met vloerverwarming of een warmtepomp is rust juist de sleutel tot een lagere rekening, ook als het straks echt gaat vriezen.
Bron: Showroddel
Ook geschreven door: Info Vandaag, Groen Nieuws, Welingelichte Kringen