De waarschijnlijkheid dat een uitzonderlijk krachtige El Niño dit najaar zijn invloed op de aarde uitoefent, is inmiddels boven de negentig procent gestegen. Meteorologen duiden dit reeds voorzichtig aan als een super El Niño, mogelijk het meest intense verschijnsel van het afgelopen decennium. Ondanks dat het fenomeen ontstaat op duizenden kilometers afstand, ervaart Nederland de gevolgen ervan bepaald.
Wat is El Niño eigenlijk?
El Niño vormt een natuurlijk klimaatpatroon dat zich in de Stille Oceaan manifesteert. Onder normale omstandigheden drijven de passaatwinden warm water aan het oceaanoppervlak in de richting van Azië en Australië, wat ervoor zorgt dat voor Zuid-Amerika koud diepwater naar boven wordt geduwd. Wanneer El Niño optreedt, worden deze winden zwakker, waardoor het warme water zich bij Zuid-Amerika concentreert.
Dat lijkt een lokaal verhaal, maar het is het niet. De oceaan geeft enorme hoeveelheden warmte af aan de atmosfeer, en die extra energie verstoort weerpatronen tot ver buiten de tropen. Volgens het KNMI heeft El Niño een duidelijke wereldwijde vingerafdruk op temperatuur en neerslag.
Waarom heet het een super El Niño?
Van een super El Niño spreken meteorologen als de oceaan in een bepaalde meetzone langdurig meer dan twee graden warmer is dan normaal. Dat is de afgelopen decennia maar een handvol keer voorgekomen, onder meer in 1997 en 2015. Beide edities zorgden voor recordwarme jaren, extreme droogte in delen van Zuidoost-Azië en zware overstromingen in Zuid-Amerika.
De huidige verwachtingen wijzen op iets vergelijkbaars aan het einde van 2026. Weersmodellen zien de oceaantemperaturen in de tropische Stille Oceaan hard oplopen. Combineer dat met de al opgewarmde wereldzeeën door klimaatverandering, en je krijgt volgens klimaatwetenschappers een bijzonder krachtige cocktail.
Zachte winter, of juist niet?
Voor Nederland is de invloed van El Niño kleiner dan in de tropen, maar niet nul. Uit onderzoek van het KNMI blijkt dat El Niño-winters in Noordwest-Europa gemiddeld iets zachter en soms iets natter zijn dan normaal. Het effect verschijnt vooral in de tweede helft van de winter, in januari en februari.
Belangrijk om te weten: het gaat om een gemiddelde. Er zijn El Niño-winters geweest die juist streng waren, en zachte winters zonder El Niño. Andere factoren, zoals de stand van de straalstroom en het ijs boven de Noordpool, tellen minstens zo zwaar mee. Wie deze winter een ijsbaan wil aanleggen of juist afzweren, kan er dus niet op rekenen.

De lente daarna: het echte staartje
Interessanter voor ons land is wat er ná de winter gebeurt. Onderzoekers van het KNMI wijzen erop dat het voorjaar volgend op een El Niño in Nederland vaker natter uitpakt dan gemiddeld. De lentes van 2016 en 2024 waren daar voorbeelden van. Voor waterschappen en boeren is dat relevant: veel voorjaarsneerslag kan grondwatertekorten aanvullen, maar zorgt ook voor natte akkers en late zaai.
Ook de temperatuur speelt mee. Wereldwijd tilt een sterke El Niño het jaargemiddelde met een paar tienden van een graad omhoog. Dat lijkt weinig, maar op een aarde die al ongeveer 1,3 graad warmer is dan vóór de industriële revolutie, kan zo’n extra duwtje 2026 en 2027 kandidaat maken voor de warmste jaren ooit gemeten.
Wat merk je als consument?
Directe gevolgen in je eigen straat zijn er meestal pas als je goed oplet. Denk aan verzekeringskosten na een stormrijke winter, gasprijzen die reageren op een zachte of juist strenge periode, en supermarkten die producten uit getroffen regio’s duurder inkopen.
Vooral koffie, cacao en palmolie zijn gevoelig voor El Niño, omdat de belangrijkste teeltgebieden in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië liggen. Bij vorige sterke edities zag je die grondstofprijzen op de wereldmarkt oplopen. Of dat straks in de schappen bij Albert Heijn of Lidl terug te vinden is, hangt af van hoe hard producenten geraakt worden en hoe lang de effecten aanhouden.
Wat gebeurt er nu?
Weerdiensten kijken de komende weken vooral naar de oceaantemperaturen en de passaatwinden. Als beide zich verder ontwikkelen zoals nu wordt voorspeld, is de piek van deze El Niño ergens rond de jaarwisseling te verwachten. Daarna neemt de invloed langzaam af, maar de nasleep loopt vaak nog een half tot heel jaar door.
Voor Nederland betekent het vooral: geen paniek, maar wel opletten. Een super El Niño is geen ramp voor ons land, maar hij zit wel aan de knoppen van het wereldwijde weer. En op een aarde die toch al steeds vaker verrast met extreem weer, is elke extra factor er een om in de gaten te houden.
Bron: Metro Nieuws
Ook geschreven door: Natuur & Milieu, National Geographic NL, RTL Nieuws