De belasting op vermogen staat voor een van de grootste veranderingen van de afgelopen decennia. Vanaf 2028 wil het kabinet definitief afrekenen met het systeem waarbij spaargeld en beleggingen worden belast op basis van aannames. In plaats daarvan telt straks wat er écht wordt verdiend. Dat klinkt logisch, maar de praktijk blijkt weerbarstig.
Jarenlang betaalden spaarders belasting over een rendement dat ze vaak niet haalden. Vooral in tijden van extreem lage rentes voelde dat voor veel mensen als onrecht. De nieuwe regels moeten daar een einde aan maken, maar brengen tegelijk nieuwe vragen en zorgen met zich mee.
Het huidige box 3-stelsel verdwijnt
Het bestaande box 3-systeem gaat uit van een vast, verondersteld rendement. Of iemand dat rendement ook werkelijk behaalde, speelde geen rol. Wie spaarde tegen minimale rente werd net zo aangeslagen als iemand die succesvol belegde.
In 2021 zette de Hoge Raad hier een duidelijke streep door. Volgens de rechter was het stelsel in strijd met het eigendomsrecht, omdat mensen belasting betaalden over inkomen dat zij feitelijk niet hadden genoten. Daarmee werd een structurele hervorming onvermijdelijk.
Belasting op werkelijk rendement
Vanaf 2028 wordt het uitgangspunt het daadwerkelijke rendement. Dat bestaat uit meerdere onderdelen: rente op spaargeld, dividend uit aandelen en koersresultaten van beleggingen. Ook waardestijgingen tellen mee, zelfs wanneer er geen verkoop plaatsvindt.
Dat betekent dat iemand met een stijgende portefeuille belasting betaalt over papieren winst. Gaat de waarde omlaag, dan kan dat verlies de belastingdruk juist verlagen. Het systeem beweegt mee met de markt, wat eerlijker voelt, maar ook onvoorspelbaarder is.
Niet elk vermogen wordt hetzelfde belast
Het nieuwe stelsel maakt onderscheid tussen verschillende soorten vermogen. Spaargeld, beursgenoteerde aandelen en cryptomunten vallen onder jaarlijkse belastingheffing. Elk jaar wordt bekeken wat het totale rendement is geweest en daarover volgt de aanslag.
Voor andere vermogensvormen, zoals een tweede woning of aandelen in jonge ondernemingen, geldt een ander moment van afrekenen. In die gevallen wordt belasting geheven bij verkoop. Dat voorkomt dat mensen jaarlijks geld moeten reserveren voor belasting over waardes die alleen op papier bestaan.
Waarom dit onderscheid is gemaakt
De reden voor deze tweedeling ligt vooral in de uitvoerbaarheid. Jaarlijks waarderen van vastgoed of niet-beursgenoteerde aandelen is complex en foutgevoelig. Door belasting te heffen bij verkoop blijft de heffing beter controleerbaar.
Tegelijk ontstaat er ongelijkheid tussen vermogenssoorten. De ene belegger betaalt elk jaar belasting, terwijl de ander pas later afrekent. Politiek gezien is dit een compromis tussen rechtvaardigheid en praktische haalbaarheid.
Meer administratie voor belastingplichtigen
Een belangrijk gevolg van het nieuwe systeem is de toename van administratieve verplichtingen. Beleggers moeten nauwkeurig vastleggen wanneer zij kopen en verkopen, tegen welke prijs en met welk resultaat. Dat geldt zeker voor mensen die actief handelen of meerdere platforms gebruiken.
Banken en brokers leveren steeds meer gegevens automatisch aan bij de Belastingdienst, maar lang niet alles wordt centraal geregistreerd. Bij crypto, buitenlandse rekeningen en vastgoed blijft eigen documentatie essentieel. Wie dit niet goed bijhoudt, loopt het risico op correcties of discussies achteraf.
De overgangsperiode tot 2028
Tot 2028 geldt een overgangsregeling. In deze periode mogen belastingplichtigen per jaar vergelijken welk systeem gunstiger uitpakt: het oude forfaitaire rendement of belasting op werkelijk rendement. Dat biedt flexibiliteit, maar vraagt ook kennis en inzicht.
Voor sommige mensen loont het om alvast over te stappen op het nieuwe systeem, terwijl anderen juist beter af zijn met het oude. De overgangsjaren worden daardoor een fase van rekenen, plannen en soms ook advies inwinnen.

Wat de staat hiermee misloopt
De hervorming heeft een duidelijke prijs. Doordat het nieuwe systeem vaak gunstiger uitpakt voor spaarders, loopt de schatkist naar schatting jaarlijks miljarden euro’s mis. Dat geld moet elders worden gevonden of leidt tot hogere tekorten.
Toch stemde een meerderheid van de Tweede Kamer in met het plan. Het alternatief, doorgaan met een juridisch kwetsbaar stelsel, werd als onhoudbaar gezien.
Compensatie voor eerdere jaren
Naast de nieuwe regels loopt er een grootschalige operatie om mensen te compenseren die in het verleden te veel box 3-belasting betaalden. Het gaat om ongeveer twee miljoen belastingplichtigen, wat de afhandeling complex en tijdrovend maakt.
De compensatie staat los van het nieuwe stelsel en heeft betrekking op eerdere aangiftes. Wie recht heeft op terugbetaling ontvangt daarover bericht. Het proces verloopt gefaseerd, waardoor niet iedereen tegelijk duidelijkheid krijgt.
Wat dit betekent voor spaarders en beleggers
Voor mensen met spaargeld of beleggingen wordt inzicht belangrijker dan ooit. Het bijhouden van rendementen, koersen en transacties is geen bijzaak meer, maar een vast onderdeel van de financiële huishouding.
Wie een tweede woning bezit of belangen heeft in start-ups krijgt meer ruimte, doordat belasting pas bij verkoop volgt. Dat kan prettig zijn, maar ook leiden tot een forse rekening op een later moment. Vooruit reserveren blijft verstandig.
De discussie is nog niet klaar
Belangenorganisaties en fiscalisten blijven kritisch. Zij wijzen op de complexiteit en de kans dat vooral kleinere beleggers worden geconfronteerd met hogere kosten voor administratie en advies. Tegelijk wordt erkend dat het oude systeem niet houdbaar was.
De komende jaren zullen uitwijzen of belasting op werkelijk rendement inderdaad eerlijker én werkbaar is. Wat vaststaat: box 3 zoals het jarenlang bestond, keert niet meer terug. Hoe pakt dit volgens jou uit? Praat mee op Facebook en deel je visie met anderen.
Bron: metronieuws.nl