Er zijn van die smaken die je in één hap terugbrengen naar vroeger. Naar een keuken waar de tijd langzamer liep, pannen zachtjes pruttelden en iemand altijd riep dat je moest wachten tot het écht klaar was. Dit is er zo één.
Stel je dat oude kookboek voor. Vergeelde bladzijden, vlekken die nooit meer verdwijnen en een handschrift dat meer zegt dan duizend woorden. Geen afgewogen grammen, geen kooktijden. Alleen ervaring, gevoel en liefde. En ergens daartussen staat dit recept.
Het is zoet. Het is romig. Het is eenvoudig.
En het werd vooral gemaakt als het buiten koud was en je binnen iets nodig had dat verder ging dan eten alleen.
Kun je het al raden?
Het is een gerecht dat grootmoeders maakten zonder erbij na te denken. Dat kinderen aten met rode wangen. Dat geen luxe nodig had om perfect te zijn. Met een paar ingrediënten ontstond iets dat troost bood, verwarmde en iedereen even stil kreeg aan tafel.
Nog een hint:
Het werd vaak gegeten als dessert, soms zelfs als avondeten. En bijna iedereen had er een eigen versie van.
Het antwoord is… rijstepap
Ja, die dus. Rijstepap.
Een gerecht dat ooit in bijna elk Nederlands huishouden thuishoorde en inmiddels langzaam uit de keukens is verdwenen.
Rijst, melk en suiker. Meer was er vaak niet nodig. Het echte werk zat in het geduld. Langzaam laten garen, blijven roeren, wachten tot de structuur precies goed was. Te dun was fout. Te dik ook. Oma wist wanneer het klopte.
Sommigen zwoeren bij kaneel. Anderen deden er een klontje boter doorheen. In sommige gezinnen kwam er stroop bij, in andere een snuf zout voor balans. Geen regels, alleen traditie.

Meer dan een simpel gerecht
Rijstepap was geen snelle hap. Het was zorg. Aandacht. Tijd.
Het werd gemaakt voor zieke kinderen, voor koude avonden, voor momenten waarop gezelligheid belangrijker was dan variatie.
En misschien is dat wel waarom het zo blijft hangen. Niet vanwege de ingrediënten, maar vanwege wat het vertegenwoordigt. Samen eten. Rust. Iemand die moeite voor je deed zonder dat je daarom vroeg.

Tijd om het weer eens te maken
Dit is zo’n gerecht dat je eigenlijk opnieuw zou moeten koken. Niet uit nostalgie alleen, maar omdat het nog steeds klopt. In een tijd waarin alles sneller moet, is rijstepap juist het tegenovergestelde.
Zet een pan op. Neem de tijd. Laat het rustig pruttelen.
En proef niet alleen wat er in de pan zit, maar ook wat het met je doet.
Herken jij dit gerecht nog van vroeger? Of werd het bij jullie net even anders gemaakt? Deel jouw herinnering en versie op Facebook en praat mee.