Vakantie 2026: dít geven Nederlanders gemiddeld uit

Het vakantiegeld staat zo op de rekening en bij veel Nederlanders begint het meteen te kriebelen. Boeken, plannen, dromen van een terras in de zon. Maar voordat je op die knop drukt: hoeveel geven we eigenlijk gemiddeld uit aan een vakantie in 2026?

De cijfers van de jaarlijkse ANWB Vakantiemonitor geven een verrassend gedetailleerd beeld. En dat beeld laat zien dat we ondanks stijgende prijzen, onrust in de wereld en een nukkige economie nog altijd massaal op pad gaan. Sterker nog, juist daarom.

Wat de gemiddelde Nederlander dit jaar uitgeeft

Volgens de Vakantiemonitor 2026 geeft 45 procent van de vakantiegangers tussen de 500 en 1.500 euro per persoon uit aan hun vakantie. De mediaan ligt rond de 1.350 euro per persoon. Dat is geen schrikbedrag, maar het is wel een serieuze hap uit een gemiddeld vakantiegeld.

Voor wie alleen even de meivakantie of een korte trip plant, is het beeld iets milder. Voor de april- en meivakantie ligt het gemiddelde budget per persoon tussen de 250 en 500 euro. Een logisch verschil: voor een lang weekend Ardennen reken je nu eenmaal niet hetzelfde af als voor twee weken Griekenland.

De spreiding is dus groot. Wie naar een camping in eigen land gaat, komt makkelijk onder die mediaan uit. Wie met het hele gezin naar een all-inclusive aan de Middellandse Zee boekt, schiet er flink overheen. Het cijfer zegt vooral iets over het midden, niet over wat ‘normaal’ is.

Bijna iedereen gaat, maar lang niet iedereen kan

Dit jaar zegt 85 procent van de Nederlanders op vakantie te willen. Gemiddeld staan er 23,5 vakantiedagen gepland, een stevig pakket. In de april- en meivakantie alleen al trokken ruim acht miljoen Nederlanders eropuit, blijkt uit de nieuwste meting van de ANWB.

Tegelijk blijft bijna 15 procent thuis. De voornaamste reden is financieel. Voor die groep is een vakantie simpelweg geen vanzelfsprekendheid meer, en de stijgende prijzen voor vluchten, accommodaties en boodschappen ter plekke maken het er niet makkelijker op.

Onderzoekers spreken van een soort ‘liever vandaag dan morgen’-mentaliteit bij wie wél kan. Door alle onrust in de wereld zoeken mensen juist nu rust, zon en afstand van het nieuws. Vakantie als uitlaatklep, zo wordt het beschreven.

FB-UG-format - 2026-05-07T183405.755

Gezinnen met kinderen voelen het het hardst

De prijsstijgingen raken niet iedereen even sterk. Van de gezinnen met kinderen zegt 37 procent veel tot zeer veel invloed te ondervinden van duurdere vakanties. In de hele bevolking is dat 29 procent. Dat verschil is niet gek: vier vliegtickets, vier bedden, vier monden om te voeden.

Veel ouders kiezen daarom bewust voor een kortere reis, een dichter bij huis gelegen bestemming of een goedkopere vorm van overnachten. Kamperen blijft populair, en huisjesparken in eigen land of net over de grens doen het goed. Vooral de combinatie van voorspelbare kosten en weinig reisuren scoort.

Voor stellen zonder kinderen of singles ziet het plaatje er anders uit. Zij hebben gemiddeld meer flexibiliteit en kunnen makkelijker buiten de schoolvakanties boeken. Net dat ene weekje minder druk levert vaak honderden euro’s per persoon verschil op.

Europa wint, de Verenigde Staten verliezen terrein

Waar gaan al die Nederlanders naartoe? Europa is veruit favoriet. Negen op de tien Nederlanders verwacht de vakantie binnen het continent door te brengen. Spanje, Frankrijk en Italië blijven klassiekers, en de eigen kustlijn houdt zich ook prima.

De Verenigde Staten zien de interesse juist dalen, naar zo’n 5 procent. Een combinatie van hoge prijzen, een sterke dollar in eerdere jaren en het gevoel van politieke onrust speelt mee. Verre bestemmingen als Thailand en Japan zijn juist in trek bij jongeren tot 29 jaar.

Verder valt op dat reizigers bewuster kiezen. Niet meer automatisch dezelfde camping als vorig jaar, maar vergelijken, schuiven met data en letten op extra kosten zoals toeristenbelasting, parkeren en bagage. Dat zijn vaak de stille budgetkillers waar mensen pas op hun bestemming tegenaan lopen.

Wat het betekent voor jouw planning

Als je nu nog moet boeken, helpt het om jezelf eerlijk de vraag te stellen waar je geld blijft. Vluchten en overnachtingen vallen op, maar uit ander Nederlands consumentenonderzoek blijkt dat juist het bijkomend uitgeven ter plekke (eten, drinken, dagjes uit) vaak een fors deel van de rekening vormt.

Het kan helpen om vooraf een dagbudget per persoon te bedenken en je grootste uitgaven, zoals de accommodatie en het vervoer, vast te zetten. De rest is rek- en strekwerk waar je ter plekke nog kunt sturen. En boek je voor een gezin, hou dan rekening met die schoolvakantie-toeslag, die soms onzichtbaar in de prijs zit verwerkt.

Eén ding is duidelijk: ondanks alle prijsdruk laten Nederlanders hun vakantie niet zomaar los. We gaan minder ver, soms korter en met scherper oog, maar we gaan. En het vakantiegeld dat over een paar weken wordt uitgekeerd, wijst voor velen alvast richting koffer.

Bron: Womanly