De koffer staat open, de miljoenennota ligt gereed en eerste berekeningen zijn uitgevoerd. Prinsjesdag 2026 bevestigt wat de afgelopen dagen al naar buiten kwam: komend jaar beschikt vrijwel iedere Nederlander over wat minder middelen. Echter, de gevolgen zijn niet gelijk verdeeld, en een bepaalde groep weet zich zelfs aan de consequenties te onttrekken.
Het Centraal Planbureau (CPB) analyseerde de jongste voorstellen en concludeert tot een gemiddelde teruggang van de koopkracht van ruwweg 0,1 procent in 2027. Dit lijkt beperkt en is op het eerste gezicht ook bescheiden. Toch gaat achter dat gemiddelde een aanzienlijk verschil schuil tussen verschillende inkomensgroepen, wat bepaalt of je volgende maand meer of minder financiële speelruimte hebt.
Wat er dit keer op Prinsjesdag speelde
Prinsjesdag 2026 was de eerste voor het kabinet-Jetten. Traditiegetrouw ligt de focus op de begroting voor het jaar erna, in dit geval 2027. En traditiegetrouw is het koopkrachtplaatje het cijfer waar iedereen het eerst naar kijkt, want dat vertaalt de politieke keuzes direct naar de portemonnee thuis.
Nieuw is dat de koopkracht dit keer gemiddeld in de min staat. De afgelopen jaren zag het CPB juist nog een klein plusje voor de doorsnee-Nederlander. Dat de teller nu op ongeveer min 0,1 procent uitkomt, is voor het eerst in jaren.
Vanaf welk inkomen je erop achteruitgaat
De grootste breuk zit tussen de lagere inkomens en de rest. Wie rond het minimumloon of net daarboven zit, houdt volgens de doorrekening zijn koopkracht ongeveer op peil of gaat er zelfs een fractie op vooruit. Zodra je in de middengroep of daarboven valt, kantelt het beeld en verschijnt er een minteken.
Concreet betekent dat: bij middeninkomens is de verwachting dat de koopkracht licht daalt, en bij hogere inkomens iets sterker. Het gaat niet om enorme bedragen op je loonstrook, maar wel om een trendbreuk. Sinds jaren is het voor deze groepen de eerste keer dat het gemiddelde plaatje in de min staat.
Wie ontsnapt aan de dans
Twee groepen springen er positief uit. Gepensioneerden zien er in de doorrekeningen als enigen structureel iets op vooruit. Ook huishoudens met een laag inkomen komen er relatief goed vanaf. Voor die groepen zijn er gerichte maatregelen die het effect van hogere lasten deels compenseren.
Voor werkenden ligt het gecompliceerder. De arbeidskorting gaat weliswaar omhoog, maar tegelijk stijgen zorgpremies, huren en accijnzen. Het CPB weegt al die effecten mee en komt dan uit op een lichte min voor deze grote groep.

Waarom het gemiddelde bedriegt
Belangrijk om te beseffen: koopkrachtcijfers zijn statistische gemiddelden. Ze houden geen rekening met jouw specifieke situatie. Wie een oud huis huurt met torenhoge energierekening voelt een heel andere realiteit dan iemand met zonnepanelen en een vaste hypotheekrente.
Ook onverwachte uitgaven, gezinssamenstelling, toeslagen en bestedingspatroon bepalen of jij aan het eind van de maand meer of minder overhoudt. Het CPB benadrukt dat zelf ook: het gemiddelde plaatje zegt iets over de richting, niet over jouw persoonlijke portemonnee.
Wat dit betekent voor je maandbudget
In de praktijk merken de meeste huishoudens een verschuiving van enkele tientjes per maand, in de ene of andere richting. Dat lijkt weinig, maar bij een gemiddeld gezin telt zoiets over een heel jaar wel degelijk aan. Zeker als daarbovenop nog eigen keuzes komen, zoals een nieuwe zorgverzekering of een verhuizing.
Voor middeninkomens is de boodschap dat 2027 waarschijnlijk het jaar wordt waarin de rek er even uit is. Niet dramatisch, wel merkbaar. Wie krap zit, doet er goed aan om de vaste lasten eens tegen het licht te houden voordat het nieuwe jaar begint.
Hoe hard staan deze cijfers?
Doorrekeningen van het CPB zijn ramingen, geen zekerheden. De aannames over inflatie, cao-lonen en energieprijzen kunnen tegenvallen of juist meevallen. Bovendien moeten de belastingplannen nog door Tweede en Eerste Kamer. Amendementen en compromissen kunnen het plaatje nog verschuiven.
Dat gezegd hebbende, de richting is duidelijk: 2027 wordt niet het jaar waarin iedereen er stevig op vooruitgaat. Voor de meeste werkende Nederlanders wordt het een jaar van pas op de plaats, waarin de loonstijging de gestegen prijzen net niet helemaal bijhoudt. Bij twijfel over jouw persoonlijke situatie: raadpleeg een financieel adviseur.
Bron: Manly
Ook geschreven door: Rijksoverheid.nl, NOS, Reformatorisch Dagblad