De wachtkamers zitten vol, apotheken draaien overuren en op social media gonst het van berichten over een “zware griepgolf”. Ook in Nederland lijkt het alsof het influenzavirus deze winter extra hard toeslaat. Toch is er volgens experts geen reden voor paniek. Wat we nu zien, past grotendeels binnen het normale patroon van een gemiddeld griepseizoen.
Klassieke grieppiek zorgt voor volle wachtkamers
Wie de afgelopen weken bij de huisarts kwam, merkte het meteen: meer mensen met koorts, hoest en flinke vermoeidheid. In België lichtte viroloog Steven Van Gucht van Sciensano toe dat de cijfers momenteel overeenkomen met eerdere jaren.
Volgens hem bevinden we ons simpelweg op het klassieke hoogtepunt van het griepseizoen. Het aantal patiënten en de druk op ziekenhuizen zijn vergelijkbaar met voorgaande winters. Dat beeld is ook herkenbaar in Nederland, waar zorginstanties spreken van een verwachte seizoenspiek.
Ook het Nederlandse RIVM meldt dat het aantal griepachtige klachten rond deze periode traditioneel stijgt. Huisartsen registreren meer consulten en ziekenhuizen zien meer opnames, maar van een uitzonderlijke uitbraak is geen sprake.
Nieuwe variant zorgde voor onrust onder experts
De onrust ontstond vooral door berichten over een nieuwe subvariant van het influenzavirus, bekend als subclade K. In Australië leidde die variant eerder tot een stevig griepseizoen, wat bij Europese deskundigen vragen opriep over een mogelijk langer en zwaarder verloop.
In Nederland en België werd daarom extra scherp gemonitord. Tot nu toe blijkt echter dat de impact binnen de verwachte marges blijft. De vrees voor een extreem seizoen lijkt vooralsnog niet uit te komen, al blijft waakzaamheid belangrijk.
Deskundigen benadrukken dat griepvirussen voortdurend veranderen. Dat klinkt dreigend, maar het hoort bij de natuurlijke evolutie van influenza. Het betekent niet automatisch dat elke nieuwe variant gevaarlijker of besmettelijker is dan zijn voorgangers.

Type A en later Type B: zo verloopt het seizoen
Een griepseizoen kent doorgaans een herkenbaar patroon. In het begin domineert vaak influenza type A, waar ook de subclade K onder valt. Later in het seizoen krijgt influenza type B meer ruimte en neemt het aantal besmettingen opnieuw toe.
Dit patroon zien we vrijwel elk jaar terug, zowel in België als in Nederland. Dat verklaart ook waarom experts aangeven dat we nog niet “klaar” zijn. De huidige piek betekent niet dat het virus plots verdwijnt.
Volgens cijfers van het RIVM kan het aantal besmettingen nog weken aanhouden. Het seizoen loopt vaak door tot in maart of zelfs april. Wie denkt dat de ergste fase voorbij is, kan dus nog verrast worden door een tweede golf van klachten.
Vaccineren? Timing blijft cruciaal
Veel mensen vragen zich af of het nog zinvol is om zich te laten vaccineren nu de griep al rondgaat. Deskundigen zijn daar duidelijk over: vaccinatie werkt het best wanneer die tijdig wordt toegediend, meestal tussen half oktober en begin december.
Het lichaam heeft namelijk enkele weken nodig om voldoende antistoffen aan te maken. Wie zich midden in de piek laat prikken, profiteert minder optimaal van de bescherming. Dat betekent niet dat het zinloos is, maar het effect kan beperkter zijn.
In Nederland adviseert het RIVM vooral kwetsbare groepen – zoals ouderen, mensen met chronische aandoeningen en zorgmedewerkers – om jaarlijks de griepprik te halen. Daarmee wordt niet alleen individuele bescherming geboden, maar ook de druk op de zorg verminderd.
Waarom het drukker voelt dan andere jaren
Toch ervaren veel mensen het huidige seizoen als zwaarder. Hoe kan dat als de cijfers gemiddeld zijn? Een mogelijke verklaring ligt in de combinatie van verschillende luchtwegvirussen die tegelijk circuleren.
Naast influenza gaan ook verkoudheidsvirussen en soms het RS-virus rond. Daardoor lijken er meer zieken tegelijk te zijn. Voor zorgverleners betekent dat een hogere werkdruk, ook al is het influenzacijfer op zichzelf niet uitzonderlijk.
Daarnaast speelt perceptie een rol. Na de coronajaren is de gevoeligheid voor berichten over virussen groter geworden. Elke melding over een nieuwe variant krijgt snel veel aandacht, wat het gevoel kan versterken dat er iets uitzonderlijks gaande is.
Wat kun je nú nog doen?
Hoewel vaccineren nu minder effectief kan zijn dan in het najaar, zijn er nog steeds maatregelen die verschil maken. Blijf thuis bij klachten, ook als die mild lijken. Zo wordt verdere verspreiding beperkt.
Moet er toch gewerkt worden, dan helpt het dragen van een mondkapje in drukke ruimtes. Ook ventilatie blijft essentieel. Frisse lucht vermindert de concentratie virusdeeltjes in een ruimte en verlaagt de kans op besmetting aanzienlijk.
Eenvoudige gewoontes zoals hoesten in de elleboog, regelmatig handen wassen en afstand houden bij ziekte zijn misschien minder spectaculair, maar ze blijven effectief. Juist deze basale maatregelen zorgen ervoor dat het virus minder snel rondgaat.
Geen reden voor paniek, wel voor alertheid
De conclusie van experts aan beide kanten van de grens is helder: het huidige griepseizoen past binnen het normale patroon. Dat betekent niet dat het onschuldig is, maar wel dat er geen sprake is van een historische uitschieter.
Voor Nederland geldt dus hetzelfde beeld als in België. De piek is bereikt, maar het seizoen is nog niet voorbij. Extra besmettingen liggen in het verschiet, zeker wanneer influenza type B sterker opkomt.
Voorzichtig blijven, elkaar niet onnodig besmetten en kwetsbare mensen beschermen blijft daarom belangrijk. Paniek helpt niemand, maar nuchter omgaan met klachten en signalen uit de zorgsector wel.
Hoe ervaar jij dit griepseizoen? Is het in jouw omgeving opvallend druk met zieken, of valt het juist mee? Praat mee op Facebook en deel je ervaringen met anderen.
Bron: Redactie24.be