Na een zomerperiode gekenmerkt door diverse hitterecords lijkt het klimaat een ander wendeling in te slaan. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) geeft aan dat een buitengewoon sterke El Niño op komst is, terwijl berichten over een mogelijk strenge winter elkaar opvolgen. Toch is de vraag gerechtvaardigd of dit beeld werkelijk op Nederland van toepassing is.
Wat El Niño precies is
El Niño verwijst naar een klimatologisch verschijnsel waarbij in het centrale en oostelijke gedeelte van de tropische Stille Oceaan het zeewater gedurende langere tijd aanzienlijk warmer is dan gebruikelijk. Hoewel dit ver weg lijkt, heeft het wereldwijde effecten op neerslagpatronen, droogteperioden en temperatuurschommelingen. Dit fenomeen manifesteert zich eens in de paar jaar, waarbij de intensiteit varieert van zwak tot zeer uitgesproken.
De tegenhanger heet La Niña en zorgt juist voor koeler zeewater in dezelfde regio. Tussen eind 2025 en begin 2026 beleefden we nog zo’n La Niña-fase. Daarna schakelde het systeem terug naar neutraal, en nu klapt de slinger de andere kant op.
Waarom experts nu nerveus zijn
De WMO meldt dat de huidige El Niño zich razendsnel ontwikkelt en op koers ligt om zéér sterk te worden. In de toplaag van de oceaan worden temperaturen voorspeld die ver boven het langjarig gemiddelde liggen. Volgens de organisatie staat het verschijnsel daarmee buiten de meetrange die de afgelopen decennia gebruikelijk was.
Dat soort uitschieters komt zelden voor. De bekendste ‘super El Niño’s’ zorgden eerder voor extreme droogte in delen van Azië en Afrika, forse regen- en overstromingsrisico’s in Zuid-Amerika en gemiddeld hogere wereldtemperaturen. Niet zonder reden klinken er dus serieuze waarschuwingen.
En wat betekent het dan voor Nederland?
Hier wordt het verhaal interessant, en een stuk nuchterder. Het KNMI stelt al jaren dat El Niño geen aantoonbare invloed heeft op het winterweer in Nederland. Onze winters worden vooral gestuurd door de stand van de straalstroom en luchtstromingen boven de Noord-Atlantische Oceaan. El Niño speelt daarin voor ons gebied een bijrol.
Volgens klimaatonderzoekers van het KNMI valt het effect op onze gemiddelde wintertemperatuur statistisch gezien in het niet bij de normale wisselvalligheid. Dat betekent niet dat een strenge winter uitgesloten is, maar wel dat je ‘m niet aan El Niño kunt ophangen. Een super El Niño geeft dus géén garantie op schaatsweer.
Scandinavië en Zuid-Europa merken het wél
In delen van Scandinavië wijzen historische data juist op gemiddeld wat strengere winters tijdens een sterke El Niño. In Zuid-Europa, met name in delen van Spanje en Portugal, is de kans op nattere en wat zachtere winterperiodes groter. Ook die patronen zijn geen zekerheid, maar neigingen die uit lange reeksen zijn gedestilleerd.
Voor Nederland is het meest consistente signaal eerder iets voor na de winter: na een krachtige El Niño volgt vaak een nat voorjaar. Niet spannend genoeg voor een alarmerende kop, maar wel iets om in je achterhoofd te houden als je in maart of april je terras op orde wilt hebben.

Waar het verschijnsel wereldwijd wél hard aankomt
De grootste klappen vallen traditioneel elders. In Zuidoost-Azië en delen van Australië gaat El Niño vaak gepaard met droogte en bosbrandrisico. Het westen van Zuid-Amerika kan juist extreme neerslag en overstromingen krijgen. In de Hoorn van Afrika schommelt het beeld tussen droogte en zware regen, afhankelijk van de regio.
Daarnaast tilt een sterke El Niño de wereldwijde gemiddelde temperatuur meestal verder omhoog. Omdat die basis al hoog ligt door de langdurige opwarming, kan dat betekenen dat 2027 opnieuw aanklopt voor warmterecords. Dat zegt niets over één bepaalde dag of één bepaald land, maar wel iets over het grotere plaatje.
Hoe serieus moet je de ‘ijskoude winter’-koppen nemen?
Een eerlijk antwoord: met een flinke korrel zout. Sensationele koppen over een ijskoude winter door El Niño kloppen voor Nederland simpelweg niet. Weersverwachtingen voor hele seizoenen blijven bovendien grove schattingen; betrouwbare voorspellingen gaan hooguit een paar weken vooruit.
Dat laat onverlet dat het nuttig is om voorbereid te zijn op onstuimig winterweer. Nederlandse winters bevatten vrijwel elk jaar wel een periode met gladheid, sneeuw of forse wind. Die realiteit staat los van wat er in de Stille Oceaan gebeurt.
Wat je als lezer kunt onthouden
De wetenschap heeft legitieme redenen om bezorgd te zijn over deze El Niño: hij is uitzonderlijk krachtig en kan wereldwijd heftig weer veroorzaken. Tegelijk is de vertaling naar een Nederlandse winter met strenge vorst niet te maken. Wie dat anders beweert, loopt vooruit op data die er simpelweg nog niet zijn.
De komende maanden zullen weerinstituten als het KNMI, de WMO en het Europese ECMWF hun verwachtingen bijstellen. Houd daarvoor de officiële kanalen in de gaten, dan weet je zeker dat je op betrouwbare informatie zit en niet op een sfeerbeeld dat vooral goed klikt.
Bron: FAQts
Ook geschreven door: WMO, KNMI, Welingelichte Kringen