Dit is niet meer te betalen voor lage en normale inkomens.

De zorgpremie stond al onder druk, maar nu blijkt dat ook het eigen risico de komende jaren stevig oploopt. Wie dacht dat het bedrag rond de 460 euro zou blijven hangen, komt bedrogen uit. Nieuwe berekeningen laten zien dat de grens van 500 euro wordt doorbroken, met directe gevolgen voor miljoenen huishoudens.

Wat begon als een tijdelijke maatregel, groeit uit tot een structurele lastenverzwaring. De combinatie van een hogere zorgbijdrage en fiscale ingrepen zorgt ervoor dat het beloofde koopkrachtvoordeel grotendeels verdwijnt. Vooral mensen met lagere inkomens merken dat direct in hun portemonnee.

Eigen risico stijgt richting 520 euro

Volgens de recente doorrekening van het Centraal Planbureau loopt het eigen risico in de zorg sneller op dan eerder werd geschetst. Waar in het coalitieakkoord werd gesproken over 460 euro in 2027, tonen de cijfers een ander beeld.

De oorzaak ligt bij een eenmalige verhoging van 60 euro én het loslaten van de bevriezing. Daardoor stijgt het bedrag door tot circa 520 euro in 2030. Ter vergelijking: jarenlang lag het eigen risico stabiel rond de 385 euro.

Coalitiepartijen kiezen voor koerswijziging

De beslissing om de bevriezing te beëindigen is genomen door D66, VVD en CDA. Daarmee wijken zij af van eerdere signalen dat de zorgkosten beheersbaar zouden blijven voor burgers.

Critici stellen dat deze koerswijziging het vertrouwen ondermijnt. Voorstanders wijzen op de noodzaak om de zorguitgaven houdbaar te houden. Feit blijft dat de rekening voor een groter deel bij de patiënt komt te liggen.

Koopkrachtplus slinkt fors

In de plannen stond aanvankelijk een gemiddelde koopkrachtstijging van 0,6 procent per jaar ingetekend. Door de hogere zorglasten en fiscale maatregelen blijft daar nog maar 0,2 procent van over.

Voor de laagste inkomens is zelfs sprake van stilstand. Juist zij maken relatief vaker zorgkosten en voelen de stijging van het eigen risico sterker. Daarmee wordt het verschil tussen groepen scherper zichtbaar.

Wat is de ‘NAVO-taks’ precies?

Naast de zorgmaatregel speelt ook de zogenoemde ‘NAVO-taks’ een rol. Dit is geen aparte belasting, maar een fiscale ingreep waarbij de schijfgrenzen in de inkomstenbelasting minder snel meestijgen.

Daardoor schuiven inkomens sneller door naar een hoger belastingtarief. Het effect is subtiel maar merkbaar: netto blijft er minder over. Ook AOW- en bijstandsuitkeringen vallen lager uit doordat belastingkortingen minder opleveren.

Wie wordt het hardst geraakt?

Lagere inkomensgroepen voelen de dubbele druk van hogere zorgkosten en minder fiscale ruimte. Zij zien hun koopkracht nauwelijks groeien, terwijl vaste lasten blijven stijgen.

Hogere inkomens leveren eveneens in, onder meer via een lager maximaal uitkeringsbedrag. Toch houden zij gemiddeld nog een plus van 0,3 procent over, waardoor zij relatief beter uit de bus komen.

Bedrijven betalen ook mee

De extra defensie-uitgaven om aan NAVO-verplichtingen te voldoen worden deels gefinancierd via hogere lasten voor bedrijven. In totaal gaat het om circa 1,7 miljard euro extra bijdragen.

Tegelijkertijd stelt het CPB dat het investeringsklimaat op peil blijft. Dat komt vooral doordat er miljarden worden gereserveerd voor infrastructuurprojecten, wat de economische activiteit ondersteunt.

Begrotingsnorm voorlopig gehaald

Het kabinet houdt het begrotingstekort de komende jaren onder de zelf opgelegde grens van 2 procent. Pas rond 2030 kruipt het tekort daar weer boven.

Op langere termijn loopt de staatsschuld echter verder op. Dat betekent dat toekomstige kabinetten minder financiële ruimte hebben om tegenvallers op te vangen of nieuwe plannen te financieren.

Twijfels over defensieplannen

Het CPB plaatst kanttekeningen bij het tempo waarin de defensie-uitgaven moeten stijgen om in 2035 aan de NAVO-norm te voldoen. Tekorten aan materieel en productiecapaciteit kunnen roet in het eten gooien.

Leveringen van wapens en systemen duren langer dan gepland. Daardoor kan het lastig worden om de ambitieuze doelstellingen tijdig te realiseren, ondanks de gereserveerde budgetten.

Bezuinigingen op overheid onzeker

Het kabinet wil 1,4 miljard euro besparen door ministeries en uitvoeringsorganisaties efficiënter te laten werken. Volgens het CPB is dat bedrag zonder concrete plannen niet realistisch.

De rekenmeesters schatten dat hooguit 200 miljoen euro haalbaar is. Dat gat tussen ambitie en uitvoering kan later tot aanvullende maatregelen leiden, met mogelijk nieuwe lasten voor burgers of bedrijven.

De optelsom van stijgend eigen risico, sluipende belastingdruk en onzekere besparingen maakt duidelijk dat het financiële plaatje minder rooskleurig is dan eerder werd gepresenteerd. Transparantie over de gevolgen is cruciaal, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is.

Wat betekenen deze plannen volgens jou voor de toekomst van de zorg en de koopkracht? Praat mee op Facebook en deel je mening.