Het Nederlandse minimumloon stond in 2025 op een historisch hoog niveau, en toch nam het aantal mensen dat ervoor werkt licht af. Het CBS publiceerde nieuwe cijfers die laten zien hoe de onderkant van de arbeidsmarkt eruitziet. Voor wie zich afvraagt waar Nederland staat in Europa: het antwoord is verrassend hoog.
610 duizend banen op het laagste tarief
Volgens het CBS waren er in 2025 gemiddeld 610 duizend werknemersbanen met een uurloon dat maximaal 5 procent boven het wettelijk minimum lag. Dat komt neer op 6,7 procent van alle werknemersbanen, oftewel ongeveer 1 op de 15. In vergelijking met 2024 daalde dat aantal met zo’n 6 duizend banen.
De daling lijkt klein, maar past in een bredere trend. Sinds 2020 is het minimumloon op jaarbasis met 33,2 procent gestegen. Werkgevers die hun personeel structureel iets boven het minimum betalen, zien dat ondergrens-effect sneller doorwerken in hun loonkosten.
Wat verdien je nu eigenlijk per uur?
In de eerste helft van 2025 bedroeg het bruto minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder 14,06 euro. In de tweede helft van het jaar werd dat 14,40 euro. Per 1 januari 2026 ligt de wettelijke ondergrens nog wat hoger, zo blijkt uit informatie van de Rijksoverheid.
Ter vergelijking: het gemiddelde uurloon van alle Nederlandse werknemers kwam in 2025 uit op 26,59 euro. Het verschil tussen de onderkant en het gemiddelde is dus stevig, ook al stijgt het minimumloon de laatste jaren relatief snel mee.
Vrouwen vaker op het minimum dan mannen
De cijfers laten een opvallend genderverschil zien. Van alle vrouwelijke werknemers verdiende 7,0 procent het minimumloon, tegenover 6,3 procent van de mannelijke werknemers. Het gat is niet enorm, maar het past in een al langer bestaand patroon waarin vrouwen vaker werken in sectoren met lagere lonen.
Een deel van die verklaring zit in deeltijdwerk en in branches als de detailhandel en de horeca. Daar liggen de uurlonen gemiddeld lager en is het aandeel minimumloonbanen hoger dan in bijvoorbeeld de bouw of de industrie.

Jongeren vormen een kwart van de groep
Een kwart van alle minimumloonbanen wordt ingevuld door jongeren tussen de 20 en 25 jaar. In die leeftijdsgroep wordt 16 procent van de banen tegen het minimumloon betaald. Bij werknemers onder de 20 jaar is dat overigens maar 4 procent, omdat zij veelal onder de aparte minimumjeugdlonen vallen.
Voor veel twintigers is een minimumloonbaan een opstap. Denk aan studentenwerk, een eerste contract na een opleiding of een tijdelijke klus tussen twee banen in. De groep is dus relatief groot, maar ook relatief beweeglijk.
Uitzendbureaus en horeca aan kop
Welke sectoren betalen het vaakst het minimum? Bij uitzendbureaus ligt het aandeel minimumloonbanen op 20 procent. De horeca volgt met 16 procent. Absoluut gezien werken de meeste minimumloners in de handel, met 159 duizend banen, en bij uitzendbureaus, met 139 duizend.
Die twee bedrijfstakken zijn samen goed voor ongeveer de helft van alle minimumloonbanen in Nederland. Dat zegt iets over hoe de arbeidsmarkt aan de onderkant is opgebouwd. Wie zoekt naar flexibel werk, komt vaak vanzelf bij sectoren terecht waar het loon dicht tegen de wettelijke ondergrens aan ligt.
Hoe staat Nederland in Europa?
Binnen de Europese Unie hebben alleen Luxemburg en Ierland een hoger minimumloon dan Nederland. Op maandbasis komt het Nederlandse minimumloon volgens het CBS uit op 2.193 euro, goed voor de derde plaats in Europa. Veel mensen denken dat Nederland in de middenmoot zit, maar dat klopt dus niet.
Toch is er ook een kanttekening. In veertien andere EU-landen is het minimumloon de afgelopen vijf jaar sterker gestegen dan in Nederland. Vooral landen in Oost- en Zuid-Europa hebben een inhaalslag gemaakt. Op de lange termijn schuift de Europese verhouding dus langzaam op.
Wat betekent dit voor jou?
Voor werknemers betekenen de cijfers vooral dat het wettelijk minimum een steeds groter en zichtbaarder ankerpunt wordt. Cao-onderhandelingen worden mede gevoed door wat er onderaan gebeurt. Hoe hoger het minimum, hoe meer druk op de schalen daarboven.
Voor werkgevers in sectoren als de horeca, detailhandel en uitzendbranche is de stijging een serieuze kostenpost. Voor de overige werknemers blijft het zinvol om af en toe je salarisstrook erbij te pakken en te kijken of je beloning meebeweegt met de markt. Bij twijfel over je arbeidsvoorwaarden of contract kun je terecht bij een vakbond of juridisch adviseur.
Bron: Metro Nieuws