D66-minister onder vuur na verwarrende uitspraken over woningbouw

Een bewindsperson presenteert een indrukwekkend gegeven, waarna enkele uren later een rectificatie onder de eigen post opdoemt. Dit gebeurde met D66-minister Elanor Boekholt-O’Sullivan, die portefeuille Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening behartigt. Haar mededeling over vijf zogenaamde ‘nieuwe’ bouwterreinen bleek niet geheel accuraat in elkaar te zitten.

Op 1 september maakte de bewindsperson bekend dat vijf locaties waren geselecteerd waar gezamenlijk 30.000 woningen in versneld tempo worden opgetrokken. Naar schatting zestigduizend huiszoekenden zouden hiervan kunnen profiteren. Theoretisch gezien betreft het precies de maatregel waar Nederland momenteel behoefte aan heeft.

Wat er precies gecommuniceerd werd

De minister noemde Deventer, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht en Weert als de vijf plekken waar het gaat gebeuren. Ook coalitiepartij D66 deelde het nieuws breeduit. Een ‘doorbraak op de woningmarkt’, zo werd het gepresenteerd op sociale media.

Alleen: in Deventer wordt al jaren volop gebouwd, en ook in Haarlem is de ontwikkeling van grote woonwijken allang in volle gang. Ook op de andere drie plekken lagen al concrete plannen of voorbereidingen op tafel. Van vijf ‘nieuwe’ locaties in de letterlijke zin is dus geen sprake.

De correctie onder de tweet

Onder het bericht van de minister op X verscheen daarom een officiële correctie via de Community Notes-functie. Daarin wordt uitgelegd dat de gebieden niet nieuw zijn, maar formeel een nieuwe status hebben gekregen. Voor een bewindspersoon een pijnlijk moment, zeker omdat het volgens critici al de tweede keer is dat Boekholt-O’Sullivan zo tegen de lamp loopt.

Ook vanuit coalitiepartij VVD kwam een sneer. Het account Klassiek Liberaal wees online fijntjes op het verschil tussen de belofte en de werkelijkheid. Voor een kabinet dat het over ‘samen doorpakken’ heeft, is dat geen prettige binnenlandse escalatie.

Wat is er dan wél nieuw?

De vijf gebieden zijn officieel aangewezen als nationaal grootschalig woongebied. Dat is geen leeg etiket: het betekent dat het Rijk actiever meedoet in de planvorming, de financiering en het wegnemen van obstakels. Voor gemeenten kan dat het verschil maken tussen jaren stilstand en daadwerkelijk paal-de-grond-in.

Maar dat is iets anders dan de suggestie dat er ineens 30.000 huizen extra bijkomen die er zonder deze aanwijzing niet zouden zijn. Veel van die woningen stonden al ingetekend. De aanwijzing kan de bouw mogelijk versnellen, maar een harde opleverdatum ontbreekt.

Waarom dat een probleem is

Zonder concrete deadline is er ook geen stok achter de deur. De belofte van ‘extra snel’ bouwen is daarmee eigenlijk een verwachting, geen garantie. Voor een woningzoekende die al jaren op een wachtlijst staat, is dat een groot verschil.

De discussie sluit aan bij een breder thema rond dit kabinet. D66-leider Rob Jetten kwam eerder met het idee van tien volledig nieuwe steden om de woningnood aan te pakken. Ook toen was de kritiek dat de plannen groter klinken dan ze zijn: nieuwe steden bouw je niet in één kabinetsperiode, en veel voorstellen leunen op locaties die al in bestaande gemeentelijke plannen staan.

Vertrouwen als kwetsbaar goed

Voor een minister die verantwoordelijk is voor een van de grootste maatschappelijke problemen, is geloofwaardigheid alles. Wie 30.000 huizen belooft, moet die belofte ook kunnen onderbouwen. Anders werkt zo’n aankondiging averechts: cynisme onder kiezers groeit, en elk volgend goed nieuwsbericht wordt met een schuin oog gelezen.

De verpakking van ‘nieuwe locaties’ is voor Boekholt-O’Sullivan achteraf de grootste misstap. De juridische aanwijzing als nationaal grootschalig woongebied is namelijk op zichzelf best relevant beleid. Door het als grote onthulling te brengen in plaats van als procedurele stap, ontstond de ruimte voor kritiek die nu op tafel ligt.

Hoe nu verder

Later dit jaar volgen naar verluidt nog vijf extra locaties in dezelfde categorie. Of die wél écht nieuw zijn, zal de komende weken duidelijk worden. Voor de minister is het inmiddels wel duidelijk dat elke tweet nu tegen het licht wordt gehouden, door de oppositie, door coalitiegenoten en door de bewoners van elke potentieel bouwrijp gemaakte hectare.

Woningbouw is te belangrijk om te verzanden in framing-discussies. Maar zolang aankondigingen groter zijn dan de werkelijkheid, blijft dat precies wat er gebeurt. Voor de woningzoekende in Deventer of Haarlem verandert er intussen niets: daar rijden de kranen namelijk al lang.

Bron: Rijksoverheid

Ook geschreven door: Volkshuisvesting Nederland, NOS, D66