De Nederlandse pensioenfondsen beheren samen meer dan 1.500 miljard euro voor miljoenen werkenden en gepensioneerden. Toch wijst nieuw onderzoek erop dat ze, in verhouding tot het risico dat ze nemen, structureel minder rendement boeken dan mogelijk is. Een onderzoeker spreekt van een patroon dat na bijna twee decennia niet langer als toeval is af te doen.
De cijfers stapelen zich op en de discussie is op X losgebarsten. Wat zit er achter het verhaal en wat betekent het voor jouw pensioenoverzicht?
Wat onderzoekers zeggen
Adviesbureau OverRendement bekeek de prestaties van Nederlandse pensioenfondsen over een periode van ongeveer 19 jaar. Voor elk fonds werd het behaalde rendement afgezet tegen een passende marktportefeuille met een vergelijkbaar risico. De uitkomst: een aanzienlijk deel van de fondsen blijft daar structureel bij achter.
Volgens onderzoeker Kramer is bijna twee decennia lang genoeg om vast te stellen dat het patroon niet aan pech ligt. Op een bepaald moment, zo luidt zijn conclusie in de berichtgeving, is het geen toeval meer. Het zou gaan om miljarden euro’s aan gemist rendement, opgeteld over alle deelnemers en jaren heen.
Te voorzichtig of juist verstandig?
Een veelgehoorde verklaring is dat Nederlandse fondsen relatief weinig in aandelen beleggen en relatief veel in obligaties. Die mix is bedoeld om schokken te dempen, want pensioenfondsen moeten ook in slechte beursjaren aan hun verplichtingen kunnen voldoen.
Het nadeel van die voorzichtigheid: in periodes met sterk stijgende beurzen blijft het rendement achter bij dat van fondsen die meer in aandelen zitten. Een Finse vergelijking liet eerder dit jaar zien dat juist ABP en PFZW, twee van de grootste fondsen, qua reëel rendement onderaan bungelden in een internationale ranglijst.
Niet iedereen wijst meteen naar de beleggingsmix. Andere analyses noemen ook de hoge Nederlandse inflatie als boosdoener, omdat die het reële rendement uitholt zonder dat het fonds daar direct invloed op heeft.
Hoe staan de grote fondsen er nu voor?
Op de korte termijn ogen de cijfers minder somber dan het frame doet vermoeden. ABP, het grootste pensioenfonds van het land, meldt zelf een dekkingsgraad van 123,5 procent eind 2025. Dat is boven de wettelijke grens en betekent dat er voor elke euro aan toekomstige verplichtingen ruim meer dan een euro in kas zit.
Toch zegt een dekkingsgraad weinig over de vraag of er het maximale uit de beleggingen is gehaald. Een fonds kan financieel gezond zijn én tegelijk jaar in jaar uit minder rendement maken dan met een andere strategie mogelijk was geweest. Juist over dat verschil gaat de huidige discussie.

Waarom dit jou raakt
Misschien klinkt ‘gemist rendement’ als een abstracte boekhoudkundige term. Maar elke euro extra rendement kan op termijn doorwerken in indexatie, oftewel het meegroeien van pensioenen met de prijzen. Blijven de rendementen achter, dan staan verhogingen onder druk en voelen gepensioneerden dat in hun koopkracht.
Voor werkenden geldt iets vergelijkbaars. In het nieuwe pensioenstelsel, waar veel fondsen de komende jaren naartoe bewegen, hangt de hoogte van je opgebouwde potje sterker samen met het werkelijk behaalde rendement. Wat fondsen nu beslissen, werkt dus door tot ver in de toekomst.
Hoe check je jouw eigen fonds?
Wie wil weten hoe het eigen fonds presteert, kan het jaarverslag of het beleggingsoverzicht raadplegen. Daarin staan rendementen over één, vijf en tien jaar, vaak afgezet tegen een benchmark. Loopt jouw fonds langdurig achter op die benchmark zonder duidelijke uitleg, dan is dat in elk geval een gespreksonderwerp voor het verantwoordingsorgaan.
Belangrijk om te beseffen: rendementen vergelijken is geen exacte wetenschap. Fondsen verschillen in deelnemers, looptijden van verplichtingen en risicoprofiel. Een hoog rendement bij het ene fonds is niet automatisch beter dan een lager rendement bij een ander, omdat het risico erachter kan verschillen.
Politiek en toezichthouder kijken mee
De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de financiële gezondheid van de fondsen, niet zozeer op de vraag of een fonds ‘het maximale’ uit zijn beleggingen haalt. Toch voedt het onderzoek het bredere debat over het pensioenstelsel, dat al jaren wordt hervormd. Critici roepen op tot meer transparantie, betere benchmarking en een open gesprek over hoeveel risico nemen acceptabel is.
De onderzoekers zelf vatten het dilemma droogjes samen: pensioenfondsen zijn heel goed in vooruitblikken, maar minder goed in terugkijken. Met andere woorden: er wordt veel gerekend aan toekomstige scenario’s, en relatief weinig publieke verantwoording afgelegd over wat eerdere keuzes uiteindelijk hebben opgeleverd.
Wat nu?
Voor de individuele deelnemer verandert er per direct niets. Pensioenen worden gewoon uitbetaald, premies gewoon afgedragen. Maar de discussie over de beleggingsstrategie zal de komende maanden waarschijnlijk niet verstommen, zeker niet nu de overgang naar het nieuwe stelsel in volle gang is.
Bij twijfel over je eigen pensioensituatie of grote financiële beslissingen op basis van dit nieuws: raadpleeg een onafhankelijk financieel adviseur. De cijfers in dit verhaal gaan over fondsen als geheel, niet over individuele uitkeringen.
Reacties op X
https://x.com/telegraaf/status/2050526269935096152
Bron: Telegraaf