Een huis erven, een schenking van opa, een verbouwing met hulp van je ouders: de fiscale regels eromheen veranderen op 1 januari 2026 op een paar belangrijke punten. Sommige wijzigingen geven nabestaanden lucht, andere maken het juist lastiger om op het laatste moment vermogen te verschuiven. Dit is wat je moet weten voordat je iets afspreekt of tekent.
Wat is er precies veranderd?
Het kabinet werkt al langer aan een schenk- en erfbelasting die eerlijker voelt en minder ruimte laat voor handige constructies. In 2026 zijn drie pijlers ingevoerd: biologische kinderen krijgen dezelfde rechten als juridische kinderen, schijnconstructies vlak voor overlijden worden harder aangepakt en nabestaanden krijgen veel meer tijd om aangifte te doen.
Op papier lijken het kleine aanpassingen, in de praktijk zijn ze best ingrijpend. Vooral voor samengestelde gezinnen en families met onroerend goed maakt het verschil.
Biologische kinderen voortaan gelijk behandeld
Voorheen kon het uitmaken of een kind formeel erkend was door een biologische ouder. Stond er geen juridische band op papier, dan viel het kind fiscaal in een veel duurdere categorie en betaalde het soms tot 40 procent erfbelasting. Sinds 1 januari 2026 is dat verleden tijd.
Een biologisch kind krijgt nu dezelfde vrijstelling en dezelfde tarieven als een juridisch kind, ook zonder erkenning. De vrijstelling voor kinderen bedraagt in 2026 26.230 euro. Vooral in samengestelde gezinnen, na een scheiding of bij later vastgesteld ouderschap, voorkomt dit pijnlijke verrassingen en lange juridische procedures.
Strenger op last-minute schenkingen
De Belastingdienst kijkt sinds 2026 ook scherper naar wat er gebeurt in de laatste maanden van iemands leven. Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden worden automatisch bij de erfenis opgeteld. Een aparte aangifte schenkbelasting is daarvoor niet meer nodig, alles loopt via de erfbelasting.
Ook ongelijke verdelingen tussen partners worden eerder gecorrigeerd. Verdelen partners hun vermogen plotseling 90 om 10, zonder duidelijke reden, dan kan de fiscus dat aanmerken als ontwijking. De boodschap is helder: tijdig en doordacht plannen weegt zwaarder dan een last-minute trucje.
Veel meer tijd voor de aangifte erfbelasting
Voor nabestaanden is dit misschien wel de prettigste verandering. De aangiftetermijn voor de erfbelasting is per 1 januari 2026 verlengd van 8 naar 20 maanden. Die oude termijn voelde vaak benauwend, zeker als er nog een woning verkocht moest worden of als gegevens van banken en verzekeraars op zich lieten wachten.
Met 20 maanden ontstaat er ruimte om alles op een rij te zetten, advies in te winnen en weloverwogen keuzes te maken. De belastingrente schuift mee op en begint pas na 20 maanden te lopen, wat onnodige kosten scheelt.
Let op: de nieuwe termijn geldt alleen voor overlijdens vanaf 1 januari 2026. Bij eerdere overlijdens blijft de oude termijn van 8 maanden gelden.

De vrijstellingen voor 2026 op een rij
Of je nu erft of schenkt, het tarief begint pas te tellen boven de vrijstelling. Voor 2026 gelden voor de erfbelasting de volgende bedragen per persoon, tenzij anders vermeld:
- Partner: 828.035 euro
- Kind, pleegkind of stiefkind: 26.230 euro
- Kind met een beperking: 78.671 euro
- Kleinkind: 26.230 euro
- Ouders samen: 62.110 euro
- Overige erfgenamen, zoals broer, zus, neef of vriend: 2.769 euro
Het verschil tussen kinderen en overige erfgenamen valt op. Een neef of nicht betaalt al snel 30 tot 40 procent over het bedrag boven de vrijstelling, terwijl een kind tegen 10 tot 20 procent wordt belast. Wie iets aan een verre relatie wil nalaten, kan dus beter vooraf doorrekenen wat dat fiscaal betekent.
Een rekenvoorbeeld: een huis van vier ton
Stel: je erft als kind een woning ter waarde van 400.000 euro. Eerst gaat je vrijstelling van 26.230 euro eraf. Over de resterende 373.770 euro betaal je erfbelasting.
Het eerste deel valt in de schijf van 10 procent, het deel boven ongeveer 158.000 euro in de schijf van 20 procent. Al snel kom je dan boven de 50.000 euro aan belasting uit. Veel mensen schrikken van dat bedrag, juist omdat ze het pas na het overlijden ontdekken.
En het plan voor de marktwaarde van geschonken huizen?
Hier zat veel rumoer rond. Het kabinet wilde vanaf 2027 bij het schenken van een woning niet langer de WOZ-waarde gebruiken, maar de werkelijke marktwaarde. In gebieden waar de marktwaarde fors hoger ligt dan de WOZ, zou de schenkbelasting daardoor flink stijgen.
In de Voorjaarsnota 2026 heeft het kabinet dit voorstel echter geschrapt, onder meer vanwege een negatieve uitvoeringstoets. Voor schenkingen van woningen blijft voorlopig de WOZ-waarde leidend. Voor erfenissen was dat al zo en dat verandert ook niet. Of een volgend kabinet dit plan opnieuw oppakt, valt af te wachten.
Wat dit voor jou betekent
De rode draad: ontwijken via snelle constructies wordt lastiger, maar als nabestaande krijg je meer tijd én duidelijkheid. Wie nadenkt over schenken, een testament of de overdracht van een woning doet er goed aan om dit jaar even bij de regels stil te staan en niet pas in actie te komen als het te laat is. Bij twijfel: raadpleeg een notaris of fiscalist.
Bron: Rijksoverheid
Ook geschreven door: Advocatie, Rijksoverheid, RWV
Dit artikel is informatief van aard en gebaseerd op de regels zoals bekend in mei 2026. De wet- en regelgeving rond schenk- en erfbelasting kan veranderen. Raadpleeg voor jouw specifieke situatie altijd een notaris of fiscalist.